algemeen

In Twente is er een hechte samenwerking tussen de vier O's (Ondernemers, onderzoek, onderwijs en overheden) om gezamenlijk Twente sociaaleconomisch op een hoger plan te tillen. Op het hoogste niveau functioneert in deze samenwerking sinds dit jaar de Twenteboard. Als hoofddoelstelling voor het economisch beleid is geformuleerd:

Twente ontwikkelen tot een Europees toonaangevende technologische topregio waarbij vanuit de maatschappelijke opgaven toekomstbestendig economisch rendement behaald wordt. Deze ontwikkeling is gebaseerd op het transitiekarakter van de Twentse economie, maximaal gebruikmakend van de daaruit voortkomende kansen en waarbij de van oudsher bestaande achterstanden zijn verdwenen.

De hoofddoelstellingen zijn vertaald in de volgende doelen voor het jaar 2020:
- Het Bruto Regionaal Product (BRP) van Twente is groter of gelijk aan het Bruto Binnenland Product (BBP) van Nederland
- Het aandeel 15-75 jarigen dat hoger is opgeleid, is groter of gelijk aan dat in heel Nederland
- Het aandeel van de bevolking tussen de 15 en 75 jaar in Twente dat werkt is groter of gelijk aan dit aandeel in Nederland
- Het aandeel BRP geïnvesteerd in regionaal R&D is groter of gelijk aan dit landelijke aandeel binnen het BBP
- In 2020 zijn 5.000 extra arbeidsplaatsen gecreëerd

De Twente Index volgt de realisatie van de doelen van de Twente Board. Hieronder is de ontwikkeling op de hoofddoelstellingen te zien. Daarnaast zijn in de Twente Index enkele andere doelen uit Twente Werkt! opgenomen. Onderaan deze pagina vindt u enkele links naar deze doelen. Betrouwbare recente cijfers over de R&D-uitgaven zijn helaas momenteel op regionaal niveau niet beschikbaar.

Ontwikkeling van de hoofddoelstellingen in Twente (2004-2014)

klok versie2

Bron: CBS Statline, bewerkt door Kennispunt
Toelichting

• De hoofddoelstellingen voor het economisch beleid in Twente oriënteren zich in sterke mate aan de prestaties van Nederland. Dus de regio wil niet alleen de eigen prestaties verbetern, maar ook de gat met Nederland sluiten.
• Voor de indicatoren opleidingsniveau en arbeidsmarktparticipatie is het in Twente in de periode 2004 tot 2014 gelukt om de achterstand met Nederland in te halen.
• Het Bruto Regionaal Product (BRP) is in Twente tussen 2004 en 2014 sterk gestegen, maar het verschil met Nederland is in de afgelopen jaren groter geworden. 

 
Doelstelling 1: Het Bruto Regionaal Product van Twente is groter of gelijk aan het Bruto Nationaal Product

Hieronder is in beeld gebracht in welke mate deze doelstelling gehaald wordt.

Bruto Regionaal Product (BBP per regio) per inwoner in Twente als % van Nederland (2004 - 2014; 2013 e.v. zijn schattingen)

aandeel BRP Twente van NL

Bron: CBS Statline
Toelichting

• Het Bruto Regionaal Product in Twente vertoont in de periode 2004 – 2014 grote schommelingen. Na een fase van toename bedroeg het BRP in 2009 85% van het Nederlandse niveau.
• Sindsdien is er sprake van een daling en stagnatie en in 2014 is het Twentse aandeel 78%.
• Vanwege een revisie van de regionale rekeningen waarbij onder meer wordt aangesloten op het Europese Systeem van Rekeningen 2010 (ESR 2010) is er een breuk in het jaar 2010 te zien.

Alternatieve indicatoren kunnen zijn: de Arbeidsproductiviteit per werkende en het Besteedbaar inkomen per inwoner. Deze indicatoren en het verloop daarvan in de tijd zijn in deze Twente Index in beeld gebracht onder het thema productiviteit en inkomen. Voor al deze indicatoren geldt dat het Twentse niveau nog onder het landelijke niveau ligt.

 

Bruto Binnenlands Product (per regio) per inwoner als % van Nederland, Twente vergeleken met andere regio's (2010 - 2014; 2013 e.v. zijn schattingen)

aandeel BRP Twente en grensregios

Bron: CBS Statline
Toelichting

• In 2014 ligt het Bruto Regionaal Product van Twente met 78,1% ver onder het Nederlandse niveau. Vergeleken met andere benchmark regio's ligt alleen het BRP per inwoner van Zuidwest-Overijssel net onder het Twentse percentage.
• Het niveau van het BBP per inwoner ligt in regio Noord-Overijssel 10,4% hoger dan in Twente. .
• In de regio Zuidoost-Noord-Brabant (Eindhoven) wordt in 2014 13,6% meer BRP per inwoner gecreëerd dan in Nederland en 35,5% meer dan in Twente.

Om de oorspronkelijke maatstaf uit de doelstelling relatief eenvoudig te kunnen benaderen sluiten we aan bij de nieuwe definitie en terminologie van het CBS: Bruto Binnenlands Product en Bruto Binnenlands Product naar regio. Dit is ook beschikbaar per hoofd van de bevolking. Hierdoor is Twente goed te vergelijken met andere gebieden. Gekozen is voor andere delen van Overijssel en omgeving van Eindhoven.

Doelstelling 2: Het aandeel 15-75 jarigen dat hoger is opgeleid, is groter of gelijk aan dat in heel Nederland

Hieronder is in beeld gebracht in welke mate deze doelstelling gehaald wordt.

Aandeel hoger opgeleiden (Hbo/wo) van de potentiële beroepsbevolking 15-75 jaar in Nederland en Twente (2004-2014)

 aandeel hoger opgeleiden Twente en NL

Bron: CBS Statline
Toelichting

• Het aandeel hoger opgeleiden in Twente is vanaf 2004 gestegen van 19,0% naar 24,7% in 2014. Landelijk is het percentage van 23,0% naar 28,1% gestegen. Dit betekent dat het groeipercentage in Twente met 5,7% iets groter is dan in Nederland (+ 5,1%).
• Het verschil met Nederland bedroeg in 2004 exact 4,0 procentpunt. In 2014 bedroeg het verschil nog 3,4 procentpunt (28,1-24,7). De opgave blijft dus nog groot.
• Vanaf 2015 gebruikt het CBS de nieuwe leeftijdsindeling 15-75 jaar, daaruit resulteert een verschil t.o.v. eerdere publicaties.

Onder het thema Beroepsbevolking en participatiegraad staat een grafiek die in tegenstelling tot de potentiële beroepsbevolking uitgaat van de werkende beroepsbevolking. Het aandeel hogeropgeleiden is hier hoger.

Doelstelling 3: Het aandeel van de bevolking tussen de 15 en 75 jaar in Twente dat werkt is groter of gelijk aan dit aandeel in Nederland

Hieronder is in beeld gebracht in welke mate deze doelstelling wordt gehaald.

Ontwikkeling participatiegraad in procenten van mannen en vrouwen in Twente en Nederland (2003 – 2014 )

participatiegraad

Bron: CBS / Statline
Toelichting

• De participatiegraad van mannen en vrouwen samen ligt in Twente met 69,4% in 2014 net onder het landelijk gemiddelde van 70,1%.
• In 2014 is de participatiegraad van mannen 75%; op landelijk niveau is het percentage 75,5%.
• Er is in Twente sprake van een sterke groei in de participatiegraad van vrouwen; deze is gestegen van 57,2% in 2004 tot 63,6% in 2014. Vergeleken met Nederland groeide het deelnemingspercentage van vrouwen in de periode 2004-2014 in de regio met 6,4% sterker dan landelijk (+ 5,2%).
• Het Nederlandse streefcijfer per 2020 is 80% en dat van de EU 75%. De Europese streefwaarde hebben Twente en Nederland gehaald.
• Vanaf 2015 gebruikt het CBS de nieuwe leeftijdsindeling 15-75 jaar, daaruit resulteert een verschil t.o.v. eerdere publicaties.

 

Doelstelling 4: Het aandeel BRP geïnvesteerd in regionaal R&D is groter of gelijk aan dit landelijke aandeel binnen het BBP.

Betrouwbare recente cijfers over de R&D-uitgaven zijn helaas momenteel op regionaal niveau niet beschikbaar.

Doelstelling 5: In 2020 zijn 5.000 extra arbeidsplaatsen gecreëerd

Aantal arbeidsplaatsen in Twente 2014 en streefwaarde 2020

arbeidsplaatsen 2020

Bron: BIRO
Toelichting
  • In 2014 heeft de regio Twente 288.000 arbeidsplaatsen.
  • Bij een streefwaarde van + 5.000 arbeidsplaatsen zouden er in 2020 293.000 banen moeten zijn

 

Doelstellingen Actieplan Twente Werkt!

In de Twente Index is een aantal gegevens opgenomen, die tevens indicator zijn voor het actieplan 'Twente Werkt!'. De intentie is om de inhoud van de Twente Index steeds beter aan te laten sluiten bij de doelen van 'Twente Werkt!'.

Klik hier voor meer informatie over 'Twente Werkt!'.

In Twente is er een hechte samenwerking tussen de vier O's (Ondernemers, onderzoek, onderwijs en overheden) om gezamenlijk Twente sociaaleconomisch op een hoger plan te tillen. Op het hoogste niveau functioneert in deze samenwerking sinds dit jaar de Twenteboard. De Twente Board heeft voor het economisch beleid de onderstaande hoofddoelstelling geformuleerd:

Twente ontwikkelen tot een Europees toonaangevende technologische topregio waarbij vanuit de maatschappelijke opgaven toekomstbestendig economisch rendement behaald wordt. Deze ontwikkeling is gebaseerd op het transitiekarakter van de Twentse economie, maximaal gebruikmakend van de daaruit voortkomende kansen en waarbij de van oudsher bestaande achterstanden zijn verdwenen.

De hoofddoelstellingen zijn vertaald in de volgende doelen voor het jaar 2020:

  • Het Bruto Regionaal Product (BRP) van Twente is groter of gelijk aan het Bruto Binnenland Product (BBP) van Nederland
  • Het aandeel 15-75 jarigen dat hoger is opgeleid, is groter of gelijk aan dat in heel Nederland
  • Het aandeel van de bevolking tussen de 15 en 75 jaar in Twente dat werkt is groter of gelijk aan dit aandeel in Nederland
  • Het aandeel BRP geïnvesteerd in regionaal R&D is groter of gelijk aan dit landelijke aandeel binnen het BBP
  • In 2020 zijn 5.000 extra arbeidsplaatsen gecreëerd

De Twente Index volgt de realisatie van de doelen van de Twente Board. Hieronder is de ontwikkeling op de recente ontwikkeling van de Twentse economie en hoofddoelstellingen te zien. Daarnaast zijn in de Twente Index enkele andere doelen uit Twente Werkt! opgenomen. Onderaan deze pagina vindt u enkele links naar deze doelen.

Recente ontwikkeling Twentse economie

Zie voor de recente ontwikkeling van de Twentse economie ook de samenvatting van de Twente Index 2016.

Ontwikkeling hoofddoelstellingen

Kort samengevat ontwikkelen zich de indicatoren van de hoofddoelstelling als volgt:

  • Het Bruto Regionaal Product (BRP) is in Twente tussen 2007 en 2015 sterk gestegen, maar het verschil met Nederland is in de afgelopen jaren groter geworden.
  • Het opleidingsniveau en het aandeel hoger opleiden in Twente is groter geworden. Twente loopt in op Nederland.
  • De arbeidsmarktparticipatie in Twente is in de afgelopen jaren geleidelijk naar het Nederland gemiddelde toegegroeid. De participatiegraad ligt op het Nederlands gemiddelde. Deze doestelling is nu reeds gehaald.
  • Het aantal banen neemt toe. De ontwikkeling ligt boven het jaarlijks doelstellingsgemiddelde (850 per jaar). Tussen 2016 - 2020 dienen per jaar gemiddeld 600 extra banen gecreëerd te worden om de doelstelling te halen.

Betrouwbare recente cijfers over de R&D-uitgaven zijn helaas momenteel op regionaal niveau niet beschikbaar.

Doelstelling 1: Het Bruto Regionaal Product van Twente is groter of gelijk aan het Bruto Nationaal Product

Hieronder is in beeld gebracht in welke mate deze doelstelling gehaald wordt.

Bruto Regionaal Product (BBP per regio) per inwoner in Twente als % van Nederland (2007 - 2015; 2013 e.v. zijn schattingen)

aandeel BRP Twente van NL

Bron: CBS Statline
Toelichting
  • Het Bruto Regionaal Product in Twente vertoont in de periode 2007 – 2015  schommelingen. Na een fase van toename bedroeg het BRP in 2009 85% van het Nederlandse niveau.
  • Sindsdien is er sprake van een relatieve daling en een stabilisatie op 78% van het bruto binnenlands product.
  • Vanwege een revisie van de regionale rekeningen waarbij onder meer wordt aangesloten op het Europese Systeem van Rekeningen 2010 (ESR 2010) is er een breuk in het jaar 2010 te zien.

Alternatieve indicatoren kunnen zijn: de Arbeidsproductiviteit per werkende en het Besteedbaar inkomen per inwoner. Deze indicatoren en het verloop daarvan in de tijd zijn in deze Twente Index in beeld gebracht onder het thema productiviteit en inkomen. Voor al deze indicatoren geldt dat het Twentse niveau nog onder het landelijke niveau ligt.

Bruto Binnenlands Product (per regio) per inwoner als % van Nederland, Twente vergeleken met andere regio's (2010 - 2015; 2013 e.v. zijn schattingen)

aandeel BRP Twente en grensregios

Bron: CBS Statline
Toelichting
  • In 2015 ligt het Bruto Regionaal Product van Twente met 78% onder het Nederlandse niveau. Vergeleken met andere benchmark regio's ligt alleen het BRP per inwoner van Zuidwest-Overijssel net onder het Twentse percentage.
  • Het niveau van het BBP per inwoner ligt in regio Noord-Overijssel 10,4% hoger dan in Twente.
  • In de regio Zuidoost-Noord-Brabant (Eindhoven) wordt in 2015 16,1% meer BRP per inwoner gecreëerd dan in Nederland en 37,9% meer dan in Twente.

Om de oorspronkelijke maatstaf uit de doelstelling relatief eenvoudig te kunnen benaderen sluiten we aan bij de nieuwe definitie en terminologie van het CBS: Bruto Binnenlands Product en Bruto Binnenlands Product naar regio. Dit is ook beschikbaar per hoofd van de bevolking. Hierdoor is Twente goed te vergelijken met andere gebieden. Gekozen is voor andere delen van Overijssel en de omgeving van Eindhoven.

Doelstelling 2: Het aandeel 15-75 jarigen dat hoger is opgeleid, is groter of gelijk aan dat in heel Nederland

Hieronder is in beeld gebracht in welke mate deze doelstelling gehaald wordt. Als vergelijkingsbasis is de potentiële beroepsbevolking genomen.

Aandeel hoger opgeleiden (hbo/wo) van de potentiële beroepsbevolking 15-75 jaar in Nederland en Twente (2007-2015)

 aandeel hoger opgeleiden Twente en NL

Bron: CBS Statline
Toelichting
  • Het aandeel hoger opgeleiden in Twente is vanaf 2007 van 20,0% naar 25,6% in 2016. Landelijk is het percentage van 24,5% naar 28,9% gestegen. Dit betekent dat het groei in procentpunten in Twente 27 en in Nederland 18. Twente is in een flink bezig het verschil kleiner te maken.
  • Vanaf 2015 gebruikt het CBS de nieuwe leeftijdsindeling 15-75 jaar, daaruit resulteert een verschil t.o.v. eerdere publicaties.
  • In 2015 is het aandeel Twentse studenten dat een techniekopleiding volgt 35,5%. Nu al is het streefcijfer voor 2018/2019 (35%) gehaald. De ambitie dat het aandeel naar 40% in 2020 stijgt, komt hiermee al enkele jaren eerder in zicht.

Onder het thema 'Beroepsbevolking en participatiegraad' staat een interactieve grafiek waar als alternatieve indeling de beroepsbevolking en werkzame beroepsbevolkingkan worden gekomen. Het aandeel hogeropgeleiden is dan hoger dan in bovenstaande grafiek.

Doelstelling 3: Het aandeel van de bevolking tussen de 15 en 75 jaar in Twente dat werkt is groter of gelijk aan dit aandeel in Nederland

Hieronder is in beeld gebracht in welke mate deze doelstelling wordt gehaald. Als basis is de bruto-arbeidsparticipatie genomen

Ontwikkeling participatiegraad in procenten van mannen en vrouwen in Twente en Nederland (2007 – 2015 )

participatiegraad

Bron: CBS / Statline
Toelichting
  • De Twentse participatiegraad heeft het Nederlandse niveau bereikt. Het verschil is nog slechts 0,1%.
  • Vanaf 2015 gebruikt het CBS de nieuwe leeftijdsindeling 15-75 jaar, daaruit resulteert een verschil t.o.v. eerdere publicaties.
Doelstelling 4: Het aandeel BRP geïnvesteerd in regionaal R&D is groter of gelijk aan dit landelijke aandeel binnen het BBP.

Recente cijfers over de R&D-uitgaven zijn helaas momenteel op regionaal niveau niet beschikbaar.

Doelstelling 5: In 2020 zijn 5.000 extra arbeidsplaatsen gecreëerd

Aantal arbeidsplaatsen in Twente 2015 en streefwaarde 2020

arbeidsplaatsen 2020

Bron: BIRO
Toelichting
  • In 2015 heeft de regio Twente 288.690 arbeidsplaatsen, dit is 2.115 meer dan in 2014.
  • Bij een streefwaarde van + 5.000 arbeidsplaatsen zouden er in 2020 291.600 banen moeten zijn. Om de doelstelling te halen zal een toename van 600 arbeidsplaatsen per jaar dienen te worden gerealiseerd.

 

Doelstellingen Actieplan Twente Werkt!

In de Twente Index is een aantal gegevens opgenomen, die tevens indicator zijn voor het actieplan 'Twente Werkt!'.

Klik hier voor meer informatie over 'Twente Werkt!'.

Het belang van spin offs voor de Twentse en Nederlandse economie
Paul Bijleveld, Lector Regionale Ontwikkeling Saxion

Het bevorderen van de start van ondernemingen vanuit de kennisinstellingen is een speerpunt van het economisch beleid in Twente. De eerste acties van de Universiteit Twente dateren al uit 1982. Dit heeft geresulteerd in een groot aantal spin offs, maar de vraag is wat de economische impact is voor de regio en de BV Nederland als geheel. Kennispark, Saxion en de UT hebben daarvoor recentelijk de beschikbare gegevens gebundeld, aangevuld en geanalyseerd. Daarmee is een schat aan bedrijfsdemografische gegevens over de spin offs opgebouwd. Een aantal resultaten is opgenomen in het onderdeel Spin offs UT en Saxion binnen deze Index. Hieronder volgt ter verduidelijking een essay over het belang, definiëring en de ontwikkeling van spin offs. Daaruit komt naar voren dat in een proces van vallen en opstaan Kennispark zicht heeft ontwikkeld tot een landelijke broedplaats van bedrijvigheid, maar ook sterk bijdraagt aan de Twentse doelstellingen voor het bevorderen van high tech innovaties.

Het belang van academische spin offs

In de studie The Dutch entrepreneurial ecosystem schetst Erik Stam overtuigend dat Nederland weliswaar veel startende bedrijven kent, maar dat het innovatieve vermogen en de productiviteitsbijdrage daarvan achterblijft in vergelijking met andere landen. Juist spin offs van universiteiten kunnen bijdragen aan de momenteel zo gemiste groei en aan het innovatiepotentieel van het ondernemerschap. Naast onderwijs en onderzoek wordt er in de laatste decennia wereldwijd steeds meer nadruk gelegd op een derde kerntaak van universiteiten: het bijdragen aan (regionale) economische ontwikkeling. Belangrijk voor deze ontwikkeling zijn natuurlijk het opleiden van jong talent en de toepassing van universitaire kennis in het regionale MKB door stages, afstudeeropdrachten en toegepast onderzoek. Daarnaast kan een kennisinstelling een belangrijke bijdrage geven aan regionale economische groei door het bevorderen van academische spin offs. Dit zijn bedrijven die voortkomen uit een academische instelling, met als doelstelling om de kennis die aan de universiteit is vergaard en ontwikkeld commercieel te exploiteren. Het ondernemingsklimaat op de kennisinstelling en de massa en aard van het onderzoek bepalen voor een belangrijk deel de hoeveelheid spin-offs die de universiteit of hogeschool voortbrengt. Het aantal en de doorgroei kan verder worden gestimuleerd door de ontwikkeling van een 'entrepreneurial ecosystem' rond de betrokken instelling. In een dergelijk ecosysteem voor ambitieus ondernemerschap, gestimuleerd vanuit de kennisinstellingen, overheden en bedrijven, hebben randvoorwaarden als financiering, netwerken, kennis, locaties, opleiding en wetgeving ieder een eigen plaats, maar hangen ze nauw met elkaar samen in een regionale setting. Niet alleen de regio profiteert, maar ook de betrokken kennisinstelling. De Universiteit Leiden heeft bijvoorbeeld miljoenen extra inkomsten gekregen door de beursgang van het bedrijf Crucell, een spin off waarin de universiteit een deelneming had. Een ander voorbeeld is het delen van cleanroom faciliteiten door zowel spin offs als onderzoekers aan de Universiteit Twente. De spin offs betalen daarvoor een vergoeding, waarmee onderzoeksfaciliteiten voor een deel extern worden gefinancierd.

Rol van de Universiteit Twente

Zowel de Universiteit Twente als Saxion gelden als Nederlandse best practices op het vlak van de bevordering van ondernemerschap. Het ondernemerschapsecosysteem dat zich geleidelijk rond de Universiteit Twente heeft ontwikkeld, is tot stand gekomen binnen een specifieke institutionele en regionaal-economische omgeving. Al begin jaren tachtig besloot het college van bestuur tot een strategie ter ontwikkeling van een 'ondernemende universiteit'. Vanaf het begin koos de universiteit voor een beleid dat ondernemerschap in de breedte steunt. De TOP-regeling (TwenteOndernemersPlaats) staat vanaf 1982 open voor alle kennisintensieve starters die een kennisrelatie hebben met de universiteit. In die tijd overwogen nog maar weinig studenten in Nederland de start van een eigen bedrijf. Pas nadat een groter deel van de studenten het ondernemerschap begint te zien als een aantrekkelijke carrièrekeuze, komt er in Twente meer nadruk te liggen op hightech-starters en de overdracht van intellectueel eigendom aan spin offs. Een deel van deze studenten en onderzoekers is, na de ondersteuning door het ecosysteem in Twente, een bedrijf buiten de regio gestart. Daarmee werd de Universiteit Twente geleidelijk ook een landelijke broedplaats. Vanaf de jaren negentig wordt een meer ondersteunend spin offbeleid gevoerd. Voor zowel de ondersteuning als het onderzoek naar ondernemerschap wordt binnen de Universiteit Twente het NIKOS (Nederlands Instituut voor Kennisintensief Ondernemerschap opgericht. Vanaf 2006 wordt de bevordering van spin off activiteiten gecoördineerd vanuit de Stichting Kennispark Twente, waarin de Universiteit Twente, Hogeschool Saxion, provincie Overijssel en gemeente Enschede participeren. Daarmee wijken de UT en Saxion af van andere kennisinstellingen in Nederland, waarin de kennisvalorisatie volledig binnen de instelling wordt geregeld. De aanpak in Twente vertoont overeenkomsten met een club in het betaalde voetbal, waarin een keten van activiteiten loopt van het interesseren van jonge kinderen voor voetbal, het training en coachen van talent tot (hopelijk) de verkoop van sterspelers. De Universiteit Twente en Saxion werken hierbij nauw samen en hebben bijvoorbeeld een gezamenlijk business development team.

Bevordering ondernemerschap Saxion

Ook in de hogeschool Saxion bestaat al een lange traditie van het bevorderen van start-up activiteiten. Al bij inschrijving aan de hogeschool wordt gevraagd of de student een bedrijf heeft of ondernemer wil worden. Deze groep wordt actief benaderd en ondersteund. Vanaf het eerste jaar worden, door middel van evenementen en vakken in het curriculum, studenten attent gemaakt op de mogelijkheden van het ondernemerschap. Daarna is er een reeks van mogelijkheden voor coaching, training, advies, huisvesting en financiering op basis van maatwerk. Veel studenten hebben al een bedrijf(je), voordat ze afstuderen. Ongeveer 80% van de Saxion start-ups zijn actief op het terrein van ICT, multimedia en zakelijke dienstverlening. De laatste jaren ontstaan er echter bij de hogeschool ook high tech bedrijven op basis van onderzoeksresultaten van de lectoren.

Definities spin offs Kennispark Twente

Een van de bijzondere aspecten van het bevorderen van spin off bedrijvigheid vanuit de Universiteit Twente is dat al vanaf begin jaren tachtig de spin offs worden bijgehouden en gevolgd. Daarmee is een schat aan informatie opgebouwd, waarvoor uit de hele wereld belangstelling is. De meeste Nederlandse universiteiten zijn hiermee nog maar recentelijk gestart . Van de huidige 988 UT spin offs in de database zijn er nog 751 actief. Dit is een survival rate van 76%. De gemiddelde grootte is 10,4 werknemers. 26 bedrijven hebben meer dan 50 werknemers. Saxion heeft 909 nog actieve spin offs geregistreerd met een gemiddelde grootte van 12 werknemers. De gemiddelde grootte van alle bedrijven in Nederland is 6,2 werknemers. Spin offs zijn dus gemiddeld groter dan bedrijven in het algemeen. De spin offs van de UT en Saxion samen hebben bijna 19.000 werknemers.

De spin offs worden ingedeeld naar verschillende definities. Daarmee kunnen op basis van de database vragen van verschillende subsidiegevers, investeerders en onderzoekers worden beantwoord. De definities zijn van smal naar breed als volgt:

  1. Patent based spin offs
    A new company founded to exploit a piece of intellectual property created in an academic institution (Shane, 2004).
  2. Research based spin offs
    Een bedrijf dat is opgericht op basis van door academisch technologisch onderzoek ontwikkelde kennis en/of prototypes (al dan niet beschermd door intellectueel eigendom). Voor een aantal onderzoeksgebieden is de aanvraag van patenten minder gebruikelijk of noodzakelijk. Daarom hanteren Kennispark en het Ministerie van ELI ook deze bredere definitie. Het betreft meestal high tech bedrijven.
  3. Ecosystem based spin offs
    De bedrijven die worden opgericht met steun van de vanuit de valorisatiestrategie van de universiteit ontwikkelde startersfaciliteiten (bijvoorbeeld leningen, venture capital, coaching trajecten en incubator faciliteiten). Dit is een eigen definitie van Kennispark om het gecombineerde effect te kunnen meten van alle expliciet ontwikkelde startersactiviteiten.
  4. Alumni based spin offs (start-ups)
    Companies founded by anyone who has studied or worked at a university (Roberts, 1991). In Twente wordt de definitie beperkt tot alumni die een bedrijf oprichten binnen 5 jaar na afstuderen. Het betreft alleen kennisintensieve start-ups die een relatie hebben met de opleiding.

De definities overlappen elkaar. Een spin off die is gestart op basis van een patent (definitie 1) is altijd een research based spin off (definitie 2). De meeste research based bedrijven hebben een vorm van ondersteuning ontvangen vanuit het ecosysteem (definitie 3). Alle spin offs vallen onder de definitie alumni based (definitie 4). De grafieken in Spin offs in UT en Saxion in de Twente Index zijn gebaseerd op definitie 4.

Aantal UT spin offs per definitie

Patent based 26
Research based (incl. patent based) 160
Ecosystem based (incl. patent based+research based) 619
Alumni based (=totaal) 989
Bron: Kennispark Twente

Kennispark Twente als landelijke broedplaats

Niet alle UT spin offs zijn gevestigd of blijven in Twente. Een deel van de alumni start het bedrijf buiten de regio. Daarnaast verhuizen na verloop van tijd spin offs naar een locatie buiten Twente of zetten buiten de regio een nieuwe vestiging op. Van alle geregistreerde spin offs is nu 57% gevestigd in Twente. Dat percentage verschilt sterk per definitie.

Percentage UT spin offs gevestigd in Twente per definitie

Patent based 88%
Research based (incl. patent based) 73%
Ecosystem based (incl. patent based+research based) 68%
Alumni based (=totaal) 57%
Bron: Kennispark Twente

Van de high tech patent based en research based spin offs blijft een veel hoger percentage in Twente. Veel van deze ondernemingen blijven samenwerken met de universiteit of gebruik maken van de faciliteiten. Ook van de spin offs die bij oprichting gesteund worden vanuit het ecosysteem blijft een groter percentage in de regio. Het zijn met name bedrijven in de kennisintensieve dienstverlening of ICT die zich verplaatsen naar het midden van het land of naar de noordvleugel van de Randstad. Daarmee ontstaat het volgende vestigingspatroon van spin offs in Nederland.

Spreiding UT spin offs in Nederland

twentse spin offs in beeld

Bron: Kennispark Twente

Uit bovenstaande figuur blijkt dat het 'entrepreneurial ecosystem' rond de Universiteit Twente terecht beschouwd kan worden als nationale broedplaats. Dat rechtvaardigt bijvoorbeeld de bijdrage van het Ministerie van Economische Zaken voor kennisvalorisatie in Twente in het kader van het 'Corridor A1 programma'. Aan de andere kant blijven met name de voor Twente belangrijke innovatieve high tech spin offs in de regio. Een misverstand is dat de in Twente gevestigde spin offs zich vooral op en rond de Campus in Enschede bevinden. De onderstaande figuur laat zien dat de spin offs zich in heel Twente bevinden.


Spreiding UT spin offs in Twente

twentse spin offs in beeld 02

Bron: Kennispark Twente

Voorbeelden van spin offs

De meeste start-ups uit het ecosysteem van de Universiteit Twente en Saxion hebben een geringe landelijke bekendheid. Uitzonderingen zijn de internet bedrijven booking.com en thuisbezorgd.nl. Booking.com is opgericht door een alumnus van de Hogeschool Enschede, voorloper van Saxion. De start werd eind jaren negentig gefinancierd door een crowdfunding van 20 studenten van de Universiteit Twente. Daarna is de onderneming verhuisd naar Amsterdam. Inmiddels heeft het bedrijf een hogere beurswaarde dan Philips en DSM samen. Gelukkig zijn veel spin offs wel in Twente gebleven. Ook een aantal consultancy- en ITC bedrijven heeft binnen hun sector een sterke naam opgebouwd zoals PNO Consultants (Arnhem) en Topicus (Deventer). Andere toonaangevende bedrijven zijn Indes in industriële vormgeving en Demcon in de Mechatronica. Hoewel veel bedrijven klein blijven, heeft een deel genoteerd gestaan op de Deloitte Fast 50 lijst van snelgroeiende bedrijven. Voorbeelden zijn Xsens, Lionix, Micronit, Service2Media en Sigmax. Grotere start-ups van Saxion zijn EW Facility Services, Switch, de People & Print Group (drukwerkdeal) en de Zuivelhoeve.

De uitdaging van de financiering

Evenals bij andere universiteiten blijft financiering een uitdaging voor het Twentse ecosysteem, zowel de financiering van de startende bedrijven als de financiering van de governance structuur van het systeem zelf. Dit probleem is duidelijker merkbaar in een periode van financiële crisis. In de jaren negentig was er voornamelijk durfkapitaal beschikbaar vanuit institutionele fondsen, mede gefinancierd door de overheid. Een voorbeeld is de participatiemaatschappij van Oost NV (PPM Oost). Op dit moment spoort het Rijk de pensioenfondsen aan om ook in Nederland te beleggen in spin offbedrijven en de ontwikkeling van Innovatiecampussen. Na landelijke publiciteit over de spin offsuccessen zijn er nu ook private kopers en investeerders in Twente actief, die bijvoorbeeld het Twente Technology Fund hebben opgericht. Een belangrijke uitdaging voor de komende jaren is dat ook deze nieuwe stakeholders zich onderdeel gaan voelen van het Twentse ecosysteem.

Paul Bijleveld - Presentatie Twentse spin offs

Veranderingen van de arbeidsmarkt en de kansen voor Twente

Een iPhone wordt verzonnen in Californië en gemaakt in China. Dat is geen toeval en ook geen gevolg van conjuncturele ontwikkelingen. Het is een structurele beweging. Er vindt een internationale verschuiving van arbeidsmarkten plaats. Die beweging in arbeidsmarkten is het gevolg van het ontstaan van een wereldomspannende kennissamenleving.

In dit essay leg ik de theorievorming uit over de verandering van arbeidsmarkten en pas ik die toe op Twente. Ik laat zien dat het middendeel van de arbeidsmarkt onder druk staat en zal blijven staan. Het gaat daarbij grofweg om MBO-niveau. Dat is een probleem dat zich nauwelijks laat oplossen. Daar staat tegenover dat de Twentse strategie van inzetten op logistiek en HTSM een verstandige lijkt en dat er in sommige bedrijven kansen bestaan om via "re-shoring" werk in het midden te behouden.

Ten behoeve van deze notitie hebben we een korte ronde interviews gedaan. We zijn op bezoek geweest bij drie Twentse bedrijven: bij Demcon in Enschede op 9 oktober, bij Thales in Hengelo op 20 oktober en bij Stork IMM in Hengelo op 28 oktober 2014. We hebben die bedrijven gevraagd of en hoe de organisatie van werk is veranderd en hoe de verhoudingen tussen hoog en laag gekwalificeerd werk zijn georganiseerd. We vonden opvallende verschillen.

Werk in de informatiesamenleving

Ik begin met vrij fundamentele sociologie. We leven in een informatiesamenleving en die informatiesamenleving werkt anders dan de industriële samenleving. In een informatiesamenleving, de term geeft het al aan, zijn niet fysieke goederen, maar is informatie het belangrijkste goed dat wordt uitgewisseld. En de uitwisseling van informatie gebeurt op een andere manier dan de uitwisseling van fysieke goederen, veel sneller en onafhankelijk van locatie.

Harvey, een economisch-sociologische denker, noemt dat "time-space compression," het samendrukken van tijd en plaats. Die treedt op door de invoering van informatietechnologie. Hij stelt dat kennis tegenwoordig altijd overal beschikbaar is. Hierdoor doen tijd en plaats er feitelijk niet meer toe.

Omdat tijd en ruimte zijn samengedrukt gaat de organisatie van werk er anders uit zien. Door informatietechnologie kun je als bedrijf kennis meteen naar elders verplaatsen als dat efficiënt is. In de "Information Age" ontstaat daarom een netwerksamenleving, stelt de internationaal beroemde socioloog Manuel Castells. Die netwerken hebben een bepaalde vorm: werk wordt niet daar geplaatst waar dat traditioneel gebeurde of waar dat "hoort" ("appropriateness"), maar daar waar dat het meest effectief en efficiënt is ("effectiveness"). Bedrijven komen los van de fysieke samenlevingen waarin ze bestaan. Het plaatsen van werk en de deling van kennis die daarvoor nodig is, onttrekt zich tot op grote hoogte aan grenzen. Bedrijven worden knooppunten ("nods") in informatienetwerken en zoeken op globale schaal naar partners met wie de productie van hun goederen en diensten zo effectief en efficiënt mogelijk kan worden gedaan.

Deze herstructurering van internationale "waardeketens" leidt op nationaal niveau tot enorme veranderingen op de arbeidsmarkt. Daar waar arbeidskosten te hoog zijn om relatief eenvoudige taken te verantwoorden, verschuift de arbeid simpelweg naar elders. Informatietechnologie maakt het mogelijk dat productie daar wordt geplaatst waar de verhouding tussen arbeidskosten en transportkosten optimaal is. Het gaat om fysieke productie, maar ook om administratief werk. Bij administratief werk zijn de transportkosten te verwaarlozen!

Het verhaal van Harvey klopt deels wel en deels niet. Tijd en plaats zijn soms inderdaad niet relevant, maar in andere gevallen doen tijd en plaats er wel degelijk toe. We moeten hierbij een onderscheid maken tussen verplaatsbare en niet-verplaatsbare kennis. Tijd en plaats zijn inderdaad niet relevant waar kennis "gecodificeerd" kan worden. Als kennis afdoende is uitgekristalliseerd, kun je het opschrijven en opsturen aan iemand anders. Die ander kan er vervolgens mee aan het werk. Dat is wat Apple doet met de iPhone. Die wordt in Californië ontworpen en helemaal uitgedacht. De specificatie wordt vervolgens naar China opgestuurd, waar het product wordt gemaakt. Het gaat in het echt veel minder simpel, met testrondes, continue afstemming met de fabriek, etc., maar dit is wel het principe: de kennis wordt gecodificeerd en vervolgens overgedragen.

Gecodificeerde kennis moet je onderscheiden van "tacit knowledge," stilzwijgende kennis, in het Nederlands vaak vertaald als impliciete kennis. Daar waar kennis impliciet is, kan die niet simpelweg via informatietechnologie worden overgedragen. In plaats daarvan moet een niet goed gespecificeerde en niet helemaal begrepen set inzichten aan de ander worden aangeleerd. De overdracht van kennis betekent dan niet het simpelweg opsturen van de tekeningen. In tegendeel, bij impliciete kennis gaat het welbeschouwd om onderwijs.

Hoe organiseren bedrijven het werk in de informatiesamenleving?

Van 2006 tot 2010 heb ik samen met collega's van de Universiteit Twente deelgenomen aan het Europese onderzoeksproject WORKS, Work Organisation and Restructuring in the Knowledge Society. In WORKS hebben we onderzoek gedaan naar de herstructurering van waardenketens in de kenniseconomie. We vonden in casestudies in allerlei verschillende sectoren dat er enorm veel werk zit in de overdracht van kennis. Bedrijven outsourcen wel degelijk, maar daarbij moeten ze veel aandacht besteden aan twee taken.

In de eerste plaats besteden bedrijven veel tijd aan de ontwikkeling van product en proces. We hebben onderzoek gedaan bij een Belgische lingeriefabrikant. Die bleek een onderscheid te maken tussen serieproductie en ontwikkeling. Voor de ontwikkeling van nieuwe producten, het maken van mallen en het uitwerken van het productieproces was er een kleine interne productieafdeling op de hoofdlocatie van het bedrijf. Daar werkten de beste medewerksters. Zij konden inschatten of een bepaalde pasnaad wel of niet goed zou werken en op welke manier stukken van de stof het best aan elkaar konden worden genaaid. Deze dames werkten nauw samen met het design-team. Het design-team deed aanpassingen als dat met het oog op de productie noodzakelijk leek. Pas als dat helemaal uitgewerkt was, werden de mallen en het productieprotocol naar de fabriek in Tsjechië gestuurd. Daar werden, tegen veel lagere loonkosten, in grote aantallen de eigenlijke producten gemaakt. De dames in België werkten op MBO-niveau, terwijl in Tsjechië op LBO-niveau werd gewerkt.

Demcon is een leverancier van high tech producten voor bedrijven als ASML en in de medische sector. We hebben daar een soortgelijk patroon van werken gezien. Demcon organiseert het ontwikkel- en uitvoeringswerk op dezelfde manier, al is het technische niveau veel hoger en zijn de productieaantallen veel beperkter. Demcon maakt ingewikkelde producten, vaak op basis van bestaande componenten, maar met toevoeging van door Demcon zelf ontwikkelde mechanische componenten en zelf ontwikkelde software. De kunst bestaat er primair uit te bepalen welke basiscomponenten moeten worden gebruikt en hoe die op elkaar kunnen worden afgestemd. Er wordt op drie niveaus gewerkt. Academische en gepromoveerde medewerkers stellen de specificaties vast en schrijven de software die nodig is om de componenten te laten samenwerken. HBO-ers doen detailengineering. MBO3/4-medewerkers bouwen prototypes, waarbij MBO3-medewerkers vooral door "netjes in elkaar schroeven" testen of het gemaakte ontwerp inderdaad kan functioneren en MBO4-medewerkers daarnaast in staat zijn om feedback te geven die kan worden gebruikt in het productieproces. Als er echt grote series moeten worden gemaakt, dan zou outsourcing kunnen plaatsvinden. Maar over het algemeen laten de productie-aantallen dat niet toe, want Demcon maakt heel specialistische apparaten. Daarom is Demcon een eigen productiefaciliteit gestart, zodat de productie in huis kan plaatsvinden. Dit is een vorm van re-shoring, althans de mogelijke off-shoring van de productie heeft nooit plaatsgevonden. De omvang ervan is echter beperkt. Wel wordt er vooral regionaal ingekocht, vanwege de betrouwbaarheid van levering. Demcon laat vooral toegevoegde waarde zien bij het werk op academisch niveau en dat is dan ook waar het leeuwendeel van de werkgelegenheid in het bedrijf zich bevindt. In de ontwikkeling van werkgelegenheid verwacht Demcon een afname van het belang van HBO-ers. De detail-engineering die op dit niveau plaatsvindt, wordt meer en meer geautomatiseerd.
 

De ontwikkeling van product en proces is kortom erg belangrijk om outsourcing mogelijk te maken. Soms is dit zelfs het belangrijkste onderdeel van het werk in een bedrijf.

De tweede taak die nodig is om outsourcing mogelijk te maken is het beheer van de relatie tussen het bedrijf aan de kop van de waardeketen en andere bedrijven in de waardeketen. In het Europese WORKS-onderzoek hebben we bijvoorbeeld onderzoek gedaan bij een bedrijf in de logistiek. Interessant is dat we toen gevonden hebben dat de eigenlijke logistieke functie, het verplaatsen van goederen, steeds minder door het bedrijf zelf werd gedaan. De kerntaak van het bedrijf was logistieke planning. Dat wil welbeschouwd zeggen dat alle taken zijn afgestoten, behalve het beheer van de relatie met de klanten aan de ene kant en met de vervoerders aan de andere. De uitbesteding van het vervoerswerk was mogelijk omdat dit bedrijf sterk had geïnvesteerd in geautomatiseerde logistieke systemen en in de opleiding van logistieke planners. Hun kerntaak bestaat eruit dat ze de veranderlijke en slecht voorspelbare vervoersbehoeften van hun klanten monitoren en die behoeften matchen met de vervoerscapaciteit die verschillende voor het bedrijf werkende vervoerders te bieden hadden (feitelijk vaak individuele chauffeurs met een eigen vrachtwagen).

Een inzichtelijke economische verklaring en een verbeterde versie

De veranderende organisatie van arbeid in de kennissamenleving leidt tot het onder druk staan van het middengedeelte van de arbeidsmarkt, dat wil zeggen van dat deel van de arbeidsmarkt waarin wordt gewerkt met expliciete, "gecodificeerde" kennis.

Het inzicht dat het midden van de arbeidsmarkt onder druk staat is recent in een makkelijk te begrijpen economische theorie verwoord. In de jaren negentig sprak de bekende econoom Acemoğlu van "skill-biased technological change." Hij vroeg zich af hoe het kwam dat de prijs van hoog-opgeleiden zich niet hield aan de wet van vraag en aanbod. De wet van vraag en aanbod zegt dat de prijs daalt als het aanbod: in de zomer zijn aardbeien goedkoop en in de winter zijn ze duur. Maar de prijs van hoogopgeleiden (hun loon) is niet gedaald terwijl het aanbod wel degelijk fors is gestegen sinds de jaren zeventig en tachtig. Acemoğlu trok als conclusie dat met het stijgen van het aanbod van hoog opgeleiden, ook de vraag naar hoog opgeleiden gestegen zou kunnen zijn. Bedrijven laten "skill-biased technological change" zien: investeringen in techniek volgen de beschikbaarheid van "skills" (capaciteiten). Als hoger opgeleiden ruim beschikbaar zijn, kunnen bedrijven investeren in ingewikkelde techniek, waarvoor medewerkers met een hoge opleiding nodig zijn. Dus de beschikbaarheid van hoger opgeleiden doet, via de specifieke (= "skill-biased") investeringen in techniek die bedrijven doen, ook de vraag naar hoger opgeleiden stijgen!

Dit zou er toe moeten leiden dat de vraag naar hoger opgeleiden toeneemt, terwijl die naar lager opgeleiden afneemt. Maar dat klopt toch niet helemaal. Het plaatje ziet er heel anders uit.

job polarization 01

Bron: Goos, M., A. Manning en A. Salomons, Explaining Job Polarization in Europe: The Roles of Technology and Offshoring, presentatie

Een ruime tien jaar na Acemoğlu, bleek het patroon van ontwikkeling van werkgelegenheid toch niet zo eenvoudig. Er ontstond in de rijke economieën van het Westen een patroon waarbij de hoeveelheid werk aan de bovenkant van de markt steeg (in overeenstemming met Acemoğlu), maar ook aan de onderkant. Autor, een econoom die had gewerkt met het model van Acemoğlu, stelde voor niet te spreken van "skill-biased technological change," maar van "task-biased technological change." Niet investeringen gestuurd door groeiende capaciteiten van werknemers, maar door veranderende organisatie van taken.

Waar het concept van skill-biased technological change eigenlijk alleen kijkt naar de investeringen in technologie die een bedrijf doet om gebruik te kunnen maken van veranderende capaciteiten, kijkt het concept van task-biased technological change naar de organisatie van taken binnen een bedrijf en tussen bedrijven. Investeringen in techniek volgen de mogelijkheden om taken anders te organiseren en andersom volgt de organisatie van taken de investeringen in techniek. De theorie van task-biased technological change zegt: investeringen in techniek zijn er ofwel op gericht om de taakuitvoering te ondersteunen, ofwel om daar waar het kan, de uitvoering van taken via arbeid te vervangen of te verplaatsen.

De titel van het stuk waarin Autor zijn theorie uitlegt is: "Upstairs downstairs. Computers and skills on two floors of a large bank." De titel maakt meteen duidelijk waar het om gaat. "Upstairs" kan het vervangen van werk niet. Daar maken computers juist de verdere uitbreiding van het werk mogelijk. "Downstairs" kan het wel. Daar worden de simpeler administratieve taken vervangen door techniek. Dit is het verdwijnende middensegment van de arbeidsmarkt. Maar terwijl de administratieve afhandeling wordt geautomatiseerd, hebben we in de hele bank nog steeds schoonmakers nodig en bewakers. Die blijven ook en zorgen voor de groei van de werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

We zien een duidelijk verband met de "time-space compression" van de kennissamenleving. Ingewikkelde taken worden ondersteund door techniek. Maar alle simpele taken die kunnen worden gecodificeerd, kunnen worden vervangen door techniek of kunnen met behulp van techniek worden verplaatst. Dit geldt eigenlijk altijd, behalve als de taken zèlf gebonden zijn aan de lokale context, zoals bij de schoonmaak. Je kunt niet in China het kantoor van Stork Plastics in Hengelo schoonmaken.

Moeilijk denkwerk kan niet worden verplaatst. Gecodificeerd werk wel. Maar als je dat gecodificeerde werk nu eenmaal op locatie moet doen (bouwen, zorgen, bewaken, bedienen, schoonmaken) dan weer niet. Dat is kortweg Autor's theorie van "task-biased technological change."

Dit betekent dat werkgelegenheid afneemt in de administratieve diensten en in de productie. Het neemt toe waar creatieve denkarbeid vereist is (want hier is geen sprake van gecodificeerde, instant verplaatsbare kennis). En het neemt toe waar werk lokaal moet gebeuren (want hier is de kennis misschien wel gecodificeerd, maar laat de aard van de taak zelf geen verplaatsing toe).

Nu zien we opeens het patroon van het verdwijnende midden ontstaan. Diensten in de bovenkant van de markt blijven. Administratief en productiewerk in het midden van de markt verdwijnt. En persoonlijke dienstverlening in de onderkant van de markt blijft.

We moeten beseffen dat technologische ontwikkeling ertoe leidt dat de grenzen tussen het middensegment en de lagere en hogere segmenten verschuiven. De directeur in ons interview met Demcon formuleerde het zo: "bij Demcon is het HBO het midden." De detailengineering die nog wordt uitgevoerd door HBO-ers, wordt meer en meer overbodig met de ontwikkeling van geautomatiseerde ontwerpsystemen.
Twente

Twente blijft niet verschoond van deze ontwikkeling. We kunnen niet verwachten dat we in Twente een economie overeind houden die draait op gecodificeerde kennis. Behalve als we bereid zouden zijn om substantieel lagere loonkosten te accepteren. Loonkostensubsidie kan wellicht helpen om enig productiewerk in de fase van product- en procesontwikkeling terug te brengen. Maar de terugkeer van een maakindustrie of de groei van een administratieve sector die een betekenisvolle bijdrage levert aan een daling van de werkloosheid is niet te verwachten.

Dat wordt geïllustreerd door de Twentse Arbeidsmarktmonitor 2014 van 3 oktober jongstleden. Daarin wordt gerapporteerd over een onderzoek naar de veranderingen in het "functiehuis" in de ICT-sector. In overeenstemming met het patroon van het verdwijnende midden door task-biased technological change, zie in het kader.

"Er ontstaat meer behoefte aan mensen met een HBO-achtergrond, terwijl het aantal banen op MBO-niveau stevig krimpt. Tegelijkertijd is de beweging op MBO-1 en MBO-2 niveau zichtbaar naar combinatiefuncties, waarin ICT een rol speelt: zorgfuncties met een ICT-component, beveiligingsfuncties met een ICT-component et cetera. Daarmee neemt het belang van kennis over ICT in niet-ICT functies toe" (Twentse Arbeidsmarktmonitor 2014, nr. 4, p. 8).''

We zien taak-ondersteunende ICT aan de bovenkant en in een aantal sectoren gelukkig ook aan de onderkant van het functiehuis, maar taak-vervangende ICT in het midden. Het valt op dat de genoemde functies op MBO1- en MBO2-niveau taken zijn die vanuit hun aard aan de locatie gebonden zijn.

Thales behoeft welbeschouwd geen introductie. Het bedrijf bouwt onder meer radarsystemen voor militaire afnemers. Dit zijn systemen waarmee uiterst vertrouwelijk moet worden omgegaan, die enorm complex en veelomvattend zijn en waarbij verstoring van het signaal te allen tijde moet worden voorkomen. Dit betekent bijvoorbeeld, zo leerden we bij Thales, dat de metalen bekisting van de radar en de verf die moet worden gebruikt aan hele specifieke eisen moet voldoen. Ook is het belangrijk dat een radarsysteem op verschillende typen fregatten goed kan functioneren. Het is aan de ene kant niet mogelijk om al die technologie (die heel erg geavanceerd is) in eigen hand te houden, terwijl het aan de andere kant wel heel noodzakelijk is dat alle componenten goed samenwerken. Thales ontwierp en produceerde vroeger eigenlijk alles zelf, maar sinds het eind van de jaren tachtig is de productie meer en meer ge-outsourced. Nu bestaat zo'n 70% van het product uit ingekochte componenten. Thales zelf legt zich toe op het ontwerp van systemen, vooral van de printplaten en de softwarematige aansturing van de systemen, prototyping en het bouwen van unieke series. Terwijl er in 1988 nog zo'n 5000 mensen bij Thales in Hengelo werkten, met een substantieel aantal mensen in de productie, werken er tegenwoordig zo'n 1500, waarvan het leeuwendeel op HBO-niveau en hoger werkt. Deze groep houdt zich bezig met ontwerp en account- en contractmanagement. Bij dit laatste gaat het om overleg met toeleveranciers. Daarbij is een continu onderwerp van overleg of het deelproduct voldoet aan de specificaties. En het gaat om overleg met klanten. Hierbij zijn zaken als geheimhouding van belang, maar ook de manier waarop de radarsystemen in het grotere geheel van bijvoorbeeld een fregat gepast moeten worden.

Het patroon van het verdwijnende midden heeft zich bij Thales kortom met kracht voorgedaan. Thales heeft zich ontwikkeld tot de spin in een web van toeleveranciers, die gezamenlijk een hoogst complex en technisch geavanceerd product maken. De taken die binnen Thales worden gedaan, zijn dienovereenkomstig veranderd: Thales verzint hoe het systeem moet werken en ontwerpt het systeem en overlegt met klanten over de specificaties van het systeem als geheel en met toeleveranciers over de specificaties van de deelproducten. Thales is daarmee een "nod" of knooppunt in een internationaal kennisnetwerk geworden. Hierbij wordt tegenwoordig wel de productie van printplaten ge-re-shored. Deze elementen zijn zo'n centraal onderdeel van de radarsystemen en de specificaties zijn zo gevoelig, dat Thales de productie van deze elementen weer in huis haalde.
Ook bij Stork IMM (IMM staat voor Injection Moulding Machines) is de complexiteit van het ontwerp en de productie in de laatste paar decennia enorm toegenomen. De eisen die aan spuitgietmachines worden gesteld zijn enorm toegenomen. Een belangrijk criterium waarop afnemers een spuitgietmachine beoordelen is "OEE," of "overall equipment effectiveness." Dat betekent dat een machine moet doen wat hij moet doen en dat hij dat doet zonder fouten en tegen zo laag mogelijke energie- en materiaalkosten en tegen een min of meer gegarandeerde afschrijving. Dat laatste betekent dat de machine inderdaad zolang moet meegaan als beloofd wordt. Als een machine een winst in termen van energie- en materiaalkosten maakt die minstens zo groot is als de extra afschrijving ten opzichte van een goedkopere machine, dan is een afnemer bereid om een heel complexe en daarmee ook dure machine te kopen. Want dan valt de hogere prijs van een betere machine weg tegen de winst in termen van de energie- en materiaalkosten en de OEE. Wat Stork IMM dus wil is een perfect werkende machine bouwen, die een enorme hoeveelheid kunststof kan verwerken tot kunststof producten, dat doet zoals verwacht en daarbij niet kapot gaat. Dit kan, omdat – als aan die voorwaarden is voldaan – de prijs van de machine op zichzelf geen belemmering is. De structuur van deze specifieke markt, maakt het een bedrijf mogelijk om positie te kiezen in het bovenste segment. Dat wil zeggen: als een bedrijf in staat is om daadwerkelijk een machine van een dermate hoge kwaliteit te ontwerpen en te produceren. De strategie die Stork IMM volgt is het sterk beheersen van het ontwerp- en productieproces. Hierom is Stork IMM niet gericht op outsourcing. Kostenbesparing door het elders inkopen van deelproducten is riskant, omdat daarmee het behalen van een maximale OEE in gevaar komt. Stork IMM houdt daarom bij voorkeur de productie in eigen huis. Wel is het zo dat die productie hoge eisen stelt aan de medewerkers. Het personeelbestand van ongeveer 160 medewerkers bestaat voor 2 à 3% uit universitair geschoolde mensen, voor ruim 20% uit HBO-ers, ongeveer de helft is MBO-er en ongeveer 25% van het bestand bestaat uit medewerkers met een LBO-opleiding, die vaak in termen van hun EVC (Erkenning van Verworven Competenties) wel als MBO-er beschouwd zouden kunnen worden. Omdat Stork IMM werkt "aan de randen van wat mogelijk is," zoals de managing director het formuleerde, is er een continue interactie tussen de ontwerp- en de productiefase van de machines nodig: "past het op elkaar en werkt het zoals bedoeld?" De hoge eisen die in dit marktsegment aan OEE worden gesteld, maken het daarnaast noodzakelijk dat ook de servicing door eigen medewerkers wordt gedaan.

Bij Stork IMM heeft het patroon van het verdwijnende midden zich niet voorgedaan. Ik betwijfel echter of dat simpelweg een gevolg is van de vrije keuze voor een bepaalde productiestrategie. De markt voor spuitgietmachines, maakt het mogelijk om – als je de technologie afdoende beheerst – een positie te kiezen aan de bovenkant van de markt. Een heel goede machine verdient zichzelf terug. Dit maakt het zowel noodzakelijk als mogelijk om een sterk op kwaliteitsbeheersing gerichte bedrijfsstrategie te volgen, waarbij outsourcing niet gewenst is.

 

Wat is een goede Twentse strategie?

Waar ligt de ruimte voor reshoring? Waar zou Twente op in kunnen zetten? Onze beperkte ronde interviews, de Twentse arbeidsmarktmonitor en de economische literatuur maken een aantal dingen duidelijk. Het in stand houden van een geïntegreerde arbeidsmarkt waarin iedereen meedoet, is in de internationale kenniseconomie niet makkelijk. Werk wordt daar gedaan waar het het meest oplevert, niet daar waar loyaliteiten liggen. Oude grenzen worden met groot gemak overschreden. Werkgelegenheid bestaat alleen als het wat oplevert, dat wil zeggen daar waar het werk beter rendeert dan ergens anders. Of daar waar het noodzakelijkerwijs lokaal gedaan moet worden. Sommige bedrijven hebben een marktpositie die het mogelijk en noodzakelijk maakt om werk op alle niveaus binnen boord te houden. Maar de meeste bedrijven stoten toch die taken af die via informatietechnologie op een goede manier elders kunnen worden ondergebracht en ook die taken die door informatietechnologie kunnen worden vervangen.

Op verschillende niveaus in Twente wordt ingezet op HTSM (high-tech systems and materials) en op logistiek. Dit lijkt op basis van de hier besproken theorie een behoorlijk verstandige strategie, die enerzijds nog zou kunnen worden aangescherpt en anderzijds nog zou kunnen worden aangevuld met een aantal andere punten. In HTSM wordt gestreefd naar ontwerp en productie die voortbouwt op traditioneel in Twente bestaande kennis en die daarom een unieke toegevoegde waarde in zich draagt. In de HTSM doen we wat men elders niet kan. Hierbij ontstaat ook nieuwe kennis, waarbij start-ups zich kunnen ontwikkelen tot de Demcons en Stork IMM's van de toekomst. Deze start-ups bouwen voort op bestaande kennis, genereren daarbij nieuwe kennis en laten vaak productie in kleine aantallen zien. Het investeren in het behoud van een kennisinfrastructuur is vanuit dat perspectief zeker aan te raden. Het is hierbij van belang om de interactie tussen de universiteit en de industrie zo veel mogelijk te ondersteunen, want alleen zo blijft een toppositie behouden. Het is mogelijk dat het ontwerp van producten en processen enige ruimte biedt voor reshoring, daar waar het nodig is om in het echt te proberen of ontwerpen werken zoals bedoeld. We moeten ons daarbij wel realiseren dat dit niet per se goede kansen biedt voor het midden van de markt. Het biedt vooral of liever speciaal kansen voor die werknemers uit het middensegment die in staat zijn om het ontwerpproces op een goede manier van feedback te voorzien. Het gaat om werknemers die op een bijna ambachtelijke manier kunnen werken en bovendien in staat zijn om heel goed met product- en procesontwerpers te communiceren. Welbeschouwd gaat het ook hier om een netwerkfunctie: het leggen van het verband tussen ontwerp, proces en product. Het MBO-onderwijs zou zich hier sterk op kunnen richten. Naast de inhoudelijke kennis van een ambachtelijk domein, is het voor leerlingen op dit niveau heel belangrijk dat ze de competenties ontwikkelen die geschikt zijn voor zo'n netwerkfunctie.

HTSM lijkt dus een verstandige keuze en dat geldt ook voor logistiek. Taken blijven immers ook bestaan als ze gebonden zijn aan de locatie. Ik gebruikte hierboven het voorbeeld van zorgtaken, bouw, bewaking en soortgelijke taken in de persoonlijke dienstverlening. Maar ook logistiek is een taak die sterk locatiegebonden is. Twente kan ervan profiteren dat het een knooppunt vormt voor transport tussen oost en west en ook enigszins tussen noord en zuid. Het is goed gelegen aan treinverbindingen, snelwegen en water en er is een zekere massa in het transport. In deze sector vindt wel een ontwikkeling plaats van vervanging van werk door automatisering.

Een sector die in Twente vrij omvangrijk is, maar die je minder tegenkomt in het debat over de regionale economische strategie is die van de zorg, al worden in het Pact Zorg en Welzijn Twente goede stappen gezet. Dat is terecht, want alhoewel daar in de laatste jaren forse bezuinigingen worden doorgevoerd, is zorg en welzijn een sector waarin werk sterk aan de locatie gebonden is en waarin werk op dit moment weliswaar steeds sterker ondersteund wordt door informatisering, maar nog lang niet vervangen. Een gerelateerde sector is die van het toerisme, en ook in die sector lijken de kansen voor Twente heel goed. Toerisme is een vergelijkbare sector, omdat het hier gaat om taken die gerelateerd zijn aan verzorging en net als de zorg sterk plaatsgebonden zijn. Daarbovenop is toerisme voor Twente een kans omdat niet alleen de taakuitoefening locatiegebonden is, maar het toerisme uiteraard ook gebaat is bij een omgeving die aantrekkelijk is. Twente dus! En die omgeving laat zich niet verplaatsen.

Duco Bannink - Presentatie Het verdwijnende midden

  1. De interviews zijn uitgevoerd door Wim de Jong van Kennispunt Twente en dr. Duco Bannink van de Vrije Universiteit Amsterdam. Bij Demcon hebben we op 9 oktober 2014 gesproken met algemeen directeur Dennis Schipper. We hebben op 20 oktober 2014 bij Thales gesproken met Geke Kooij (hoofd HR Thalesgroup), Gert Jan Beemer (manager Shared Services HR Thalesgroup) en met Isabelle Borsboom (communications manager). Op 28 oktober 2014 hebben we bij Stork IMM gesproken met managing director en hoofd sales Rob Spekreijse.
  2. Harvey, D. (1989), The condition of postmodernity. An enquiry into the origins of cultural change. Oxford: Wiley-Blackwell.
  3. Castells, M. (2000), 'Toward a Sociology of the Network Society,' Contemporary Sociology, Vol. 29 (5), 693-699.
  4. Zie onderzoek in het Europese project WORKS, Work Organisation and Restructuring in the Knowledge Society: Bannink, D., M. Hoogenboom en W. Trommel (2011), 'Inter-firm knowledge management as an integrative mechanism.' In: B. Krings (red.), Brain drain or brain gain? Changes of Work in Knowledge-based Societies, Berlijn: Sigma Verlag, 89-105. En zie: Bannink, D., M. Hoogenboom en W. Trommel (2011), 'Slimmer industriebeleid,' in: Beleid & Maatschappij, Vol. 38 (2), 89-93.
  5. Flecker, J.; U. Holtgrewe; A. Schönauer; W. Dunkel; P. Meil (2007), 'Restructuring across value chains and changes in work and employment. Case study evidence from the clothing, food, IT and public sector.' WORKS-project (EU FP6 SSH) deliverable 10.1.
  6. Acemoğlu, D. (1999), 'Changes in unemployment and wage inequality. An alternative theory and some evidence,' in: American Economic Review, Vol. 89, 1259-1278.
  7. Acemoğlu, D., en D. Autor, 'Skills, tasks and technologies. Implications for employment and earnings,' 2010; Autor, D., F. Levy en R. Murnane, 'Upstairs Downstairs. Computers and skills on two floors of a large bank,' Industrial and Labor Relations Review, Vol. 55 (3), 2002, 432-447.

Colofon:

Twente Index 2017, Sociaaleconomische informatie ter versterking van de beleidsagenda van Twente

 

Opdrachtgever Twente Board
   
Tekst en analyse
Twente Index

Kennispunt Twente
Edwin van de Wiel
Hüseyin Seker
Inge Bakker
Feiko de Grip
Tjark van der Merwe

 
Uitgave Kennispunt Twente, december 2016
   
Vormgeving Digidee, Enschede
   
Website-ontwikkeling    
Kommotiv, Deventer

 

Kennispunt Twente heeft getracht gebruikte bronnen zorgvuldig te vermelden en auteursrechten te respecteren. Mocht hierin iets niet zorgvuldig zijn uitgevoerd, dan willen de opstellers van de Twente Index graag dat u dat laat weten, zodat alsnog juiste bronvermelding kan worden opgenomen. Dit melden kan via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Samenvatting Twente Index 2018

 

Inleiding

De Twentse economie blijft op volle toeren draaien. Bedrijven en instellingen doen het vrijwel op alle aspecten beter dan de Nederlandse economie. Twente ontwikkelt zich dan ook steeds meer als een van de motoren van de Nederlandse economie. Dit blijkt uit de Twente Index 2018 die ook dit jaar in opdracht van de Twente Board is samengesteld.

Productiviteit

Economische groei en bruto regionaal product

In 2017 groeit de economie in Twente met 3,0 procent, terwijl dit landelijk 2,9 procent is. In 2016 was de economisch groei beperkter, namelijk 2,2 procent in Twente en in Nederland als geheel. Het Bruto Regionaal Product (BRP) is de totale waarde van alle goederen en diensten die in een jaar in een regio geproduceerd worden. In Twente bedroeg het Bruto Twents Product in 2016 20,5 miljard Euro. Dit is een toename van 4,2 procent ten opzichte van 2015. In Nederland steeg het Bruto Nationaal Product (BNP) in dezelfde periode met 2,8 procent.

Aantal werkzame personen

Het aantal banen in Twente medio 2017 bedraagt ruim 303.800, dat zijn 6.500 (+2,2%) banen meer dan in 2016. Landelijk was de banenontwikkeling minder sterk (+1,5%). De meeste werkgelegenheid in Twente is te vinden in de collectieve sector (overheid en zorg e.d.) met 81.300 banen, gevolgd door de consumentendienstverlening (65.800), zakelijke dienstverlening (50.300) en industrie (44.400). De sterkste toename ten opzichte van 2016 heeft plaatsgevonden in de zakelijke dienstverlening (+4,8%), op afstand gevolgd door de bouwnijverheid en de distributie (beide +2,5%). High tech systems & materials (HTSM) is één van de sterke troeven van Twente. In onze regio werken in 2017 relatief veel mensen in deze sector (Twente 10,0% en Nederland 6,9%) en het aantal banen ontwikkelt zich beduidend positiever dan landelijk. Sinds 2007 is de Twentse HTSM werkgelegenheid met 11 procent toegenomen. In deze periode is de Nederlandse HTSM werkgelegenheid met 6 procent toegenomen.

Vacatures

De vraag naar personeel groeit door. Het aantal nieuw gemelde vacatures bedraagt in het tweede kwartaal van 2018 7.900. Dat is 20 procent meer dan in het vierde kwartaal van 2017. In dezelfde periode stijgt het aantal nieuwe vacatures in Nederland als geheel met 21 procent. Ook het aantal openstaande vacatures loopt verder op. Eind juni staan er 6.700 vacatures open, zo’n 1.000 meer dan december 2017. Vooral voor technische beroepen staan veel vacatures open.

Ondernemersactiviteit

Dat het economisch klimaat in Twente op groeistand staat, is niet alleen af te leiden uit de groei van het aantal banen en vacatures. Ook het oordeel van Twentse ondernemers over economisch klimaat en functioneren laat zien dat ondernemers in 2018 in meerderheid positief zijn over de economische ontwikkeling. Elk kwartaal zijn er meer Twentse ondernemers die een verbetering van het economisch klimaat ervaren dan ondernemers die het klimaat zien verslechteren. In het laatste kwartaal van 2018 is het saldo voor de afgelopen drie maanden positief (+6,3%), maar wel kleiner dan de drie voorgaande kwartalen. Vooral verklaard door het oplopende aandeel ondernemers dat het economisch klimaat in de afgelopen drie maanden als ‘gelijk gebleven’ ervaart.

In het vierde kwartaal van 2018 is het aantal Twentse ondernemers dat zijn winst in het afgelopen kwartaal zag groeien vrijwel gelijk aan het aantal ondernemers dat zijn winst zag afnemen. In Nederland als geheel zijn de ondernemers met een stijgende winst nog beperkt in de meerderheid.

Snelgroeiende bedrijven

In de afgelopen jaren zijn steeds bedrijven uit Twente in de MKB Innovatie Top 100 en in de Deloitte Fast 50 te vinden. Ook beschikt de regio over een behoorlijk aantal zogenaamde 'gazelles', snel groeiende bedrijven. Het aantal bedrijven varieert per jaar. In de meest recente lijsten staan vijf Twentse bedrijven in de MKB Innovatie Top 100, één staat er in de Deloitte Fast 50 en 28 op de FD Gazelle Award lijst van november 2018. Net als voorgaand jaar behoort het grootste deel van deze groep tot het kleinbedrijf, maar ook middelgrote en grote Twentse bedrijven zijn te vinden in de lijst met snelle groeiers.

Beroepsbevolking & participatie

Demografie

Twente telt per 1 januari 2018 627.800 inwoners. In de periode 2007-2018 is de Twentse bevolking met 1,6 procent gegroeid. De totale Nederlandse bevolking groeide in deze periode met 5,0 procent. De groei van de Twentse bevolking wordt sinds een aantal jaren gedragen door het positieve buitenlandse migratiesaldo. Het vertrekoverschot bij binnenlandse verhuizingen en het sterfteoverschot bij de natuurlijke aanwas worden gecompenseerd door een positief migratiesaldo bij grensoverschrijdende verhuizingen naar Twente.

Arbeidsparticipatie

De Twentse beroepsbevolking is gegroeid van 316 duizend personen in 2007 naar 324 duizend personen in 2017. De niet-beroepsbevolking is met 143.000 net zo groot als in 2007. Ten opzichte van 2007 is de groei van de beroepsbevolking in Twente 3 procent versus 6 procent landelijk. De participatiegraad is het deel van de bevolking van 15-75 jaar dat deelneemt aan het arbeidsproces of werkloos is. In 2017 ligt de bruto-participatiegraad van Twente (69,4%) nog iets onder het Nederlandse niveau (70,1%).

Twentse werkloosheid

Door de sterke groei van de werkgelegenheid is de werkloosheid flink afgenomen en deze bevindt zich nu onder de vier procent (3,9%). Nog maar één tiende procentpunt boven het Nederlandse gemiddelde. Het aantal werklozen in Twente is het afgelopen jaar gedaald van 19.000 begin 2017 tot 12.500 in het derde kwartaal van 2018.

Een indicator voor de werkloosheidsontwikkeling is het aantal Geregistreerde Werkzoekenden UWV (GWU-ers). Twente telt per juni 2018 31.100 GWU-ers zonder dienstverband. Ten opzichte van oktober 2017 is dat een afname van 1 procent. Landelijk ligt het aantal GWU-ers in juni 2018 1 procent hoger dan in oktober 2017. Twente kent net als Nederland sinds februari 2018 een daling van het aantal GWU-ers.

Juni 2018 zijn er in Twente 3.600 GWU-ers jonger dan 27 jaar. Dat is 12 procent van het totaal aantal GWU-ers. Landelijk is dat aandeel 10 procent. Het aantal GWU-ers jonger dan 27 jaar daalt net als het totale aantal GWU-ers sinds februari 2018. In 4 maanden tijd is dit aantal in Twente en in Nederland met 8 procent gedaald.

WW-uitkeringen

Eind derde kwartaal 2018 telt Twente 9.700 WW-uitkeringen, een daling van 27 procent ten opzichte van een jaar eerder. In Twente daalt het aantal WW-uitkeringen sneller dan in Nederland, waar de jaarafname 22 procent is. Uitgaande van de periode januari 2017 tot en met september 2018 heeft Twente 41 procent minder WW-uitkeringen en Nederland -35 procent. Ook zijn er fors minder jongeren met een WW-uitkering. Hier werd het aantal zelfs met 54 procent teruggebracht sinds 2017. Dat is tien procentpunten beter dan het landelijk gemiddelde.

Opleidingsniveau

Het aandeel hoog opgeleiden in de Twentse beroepsbevolking is in 2007-2017 doorgegroeid van 23 naar 30 procent. Vooral het aandeel met een laag onderwijsniveau is kleiner geworden. Dit patroon is conform de landelijke ontwikkeling. Wel is het aandeel hoger opgeleiden – net als in 2007 – in 2017 in Nederland als geheel nog steeds 6 procentpunt groter.

Het aantal studenten dat een opleiding volgt bij een van de drie Twentse onderwijsinstellingen Universiteit Twente, Saxion Hogeschool en ROC van Twente nadert de 55.000. In het schooljaar 2017/2018 hebben alle drie meer deelnemers dan het voorgaande schooljaar. Ten aanzien van de beroepsoriëntatie geldt dat Twente een groter aandeel techniekprofielleerlingen en –studenten dan elders in Nederland telt. Jongeren kiezen vaker voor technische profielen op het middelbaar onderwijs en voor Twentse techniekopleidingen op hbo- en wo-niveau.

Samenvatting Twente Index 2017

 

 

INLEIDING

De Twente Index wordt door Kennispunt Twente samengesteld in opdracht van de Twente Board. De Board wil Twente ontwikkelen tot een Europees toonaangevende technologische topregio, waarbij vanuit de maatschappelijke opgaven toekomstbestendig economisch rendement wordt behaald . Deze hoofddoelstelling is vertaald in vijf doelen voor het jaar 2020.

  • Het Bruto Regionaal Product (BRP per inwoner) van Twente is groter of gelijk aan het Bruto Binnenlands Product (BBP per inwoner) van Nederland
  • Het aandeel 15-75-jarigen dat hoger is opgeleid, is groter of gelijk aan dat in heel Nederland
  • Het aandeel van de bevolking tussen de 15 en 75 jaar in Twente dat werkt, is groter of gelijk aan dit aandeel in Nederland
  • Het aandeel BRP geïnvesteerd in regionaal Research & Development is groter of gelijk aan dit aandeel binnen het BBP
  • In 2020 zijn 5.000 extra arbeidsplaatsen gecreëerd.

Hieronder wordt allereerst beschreven hoe Twente zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld op deze hoofddoelstellingen. Vervolgens is er aandacht voor recente conjuncturele ontwikkelingen. Hierbij wordt steeds de vergelijking met Nederland als geheel gemaakt.

DOELEN TWENTE BOARD

Kort samengevat ontwikkelen zich de indicatoren van de doelen als volgt:

  • Het Bruto Regionaal Product (BRP) in Twente bedraagt in 2016 32.800 miljoen Euro. Het Twentse BRP is tussen 2007 en 2016 sterk gestegen (+14,5%), maar het verschil met Nederland is groter geworden (+18,2%). De afgelopen twee jaar neemt het Twentse BRP sterker toe dan het BBP.
  • Het opleidingsniveau en het aandeel hoger opgeleiden in Twente is toegenomen. Twente loopt in op Nederland.
  • De arbeidsmarktparticipatie in Twente is in de afgelopen jaren geleidelijk naar het Nederlands gemiddelde toegegroeid. De bruto participatiegraad lag in 2015 op het Nederlands gemiddelde, maar is in 2016 licht afgenomen.
  • Het aantal banen neemt toe. De ontwikkeling ligt boven de doelstelling (jaarlijks gemiddeld 850 extra arbeidsplaatsen). Tussen 2017 - 2020 dienen per jaar gemiddeld 600 extra banen te worden gecreëerd om deze doelstelling te halen.

Een uitgebreide beschouwing over de doelstellingen is de vinden onder het thema 'Realisatie doelen Twente Board'.

 

DE TWENTSE ECONOMIE IN VOGELVLUCHT

Twentse ondernemers zijn positiever over de economische ontwikkeling dan de Nederlandse ondernemers in het geheel. Dit vertrouwen zien we terug in de Twentse economie. Deze presteert opvallend vaak beter dan de gehele Nederlandse economie. Het Bruto Regionaal Product stijgt sneller dan in Nederland als geheel en de economische groei is groter. De werkgelegenheid ontwikkelt zich voorspoedig. Het aantal vacatures stijgt snel en de werkloosheid daalt. Gevolg is dat krapte op de arbeidsmarkt steeds concreter wordt.

Twente is een high tech regio. De werkgelegenheid in deze sector heeft sinds 2007 – ondanks de economische crisis - positief ontwikkeld (5,4%), terwijl deze in Nederland als geheel zich heeft gestabiliseerd (+0,2%). Ook het aandeel leerlingen met een techniekprofiel en studenten met een technische opleiding ligt hoger dan in Nederland.

DE TWENTSE ECONOMIE IN 2016 / 2017

Economische groei en bruto regionaal product

Twente herstelt zich van een periode van negatieve economische groei in 2012 – 2013. Sinds 2014 is deze groei weer positief en de laatste twee jaar zelfs sterker dan in Nederland als geheel. In 2015 en 2016 bedroeg de Twentse economische groei respectievelijk 2,9% en 2,8%, in Nederland 2,3% en 2,2%.

Het Bruto Regionaal Product (BRP) is de totale waarde van alle goederen en diensten die in een jaar in een regio geproduceerd worden. Het Bruto Twents Product bedroeg in 2016 20.5 miljard Euro. Dit is een toename van 4,2% ten opzichte van 2015. In Nederland steeg het Bruto Binnenlands Product (BBP) in dat jaar met 2.8%. In 2016 lag het BRP per inwoner op 79% van het landelijk gemiddelde, in 2011 was dit 80,0% en vann 2012 tot en met 2015 78%.

Aantal werkzame personen

Het aantal banen in Twente bedraagt medio 2016 ruim 290.500, dat zijn 3.700 (1,1%) meer dan in 2007. Landelijk was sprake van een sterkere groei (2,8%). De meeste werkgelegenheid in Twente is te vinden in de collectieve sector (overheid en zorg e.d.) met 78.900 banen, gevolgd door de consumentendienstverlening (61.700), zakelijke dienstverlening (43.800) en industrie (43.300). De sterkste toename sinds 2007 heeft plaatsgevonden in de zakelijke dienstverlening (+15,3%), consumentendienstverlening (+12,9%) en de distributie (+3,7%).

Twentse werkloosheid

In 2016 was het gemiddelde werkloosheidspercentage in Twente 6,7%. In lijn met de landelijke ontwikkeling daalt de Twentse werkloosheid in het derde kwartaal 2017 naar circa 5,9%. In totaal zijn zo’n 19.000 personen in Twente werkloos. Dit is een afname van 4.000 personen in vergelijking met begin 2016.

WW-uitkeringen

Het aantal ww-uitkeringen bedroeg begin 2016 ongeveer 19.000. In het derde kwartaal is dit aantal gedaald tot 13.000. Een daling van 6.000 (-32,1%). Dit is een sterkere daling dan in Nederland als geheel (-26,2%). Onder Twentse jongeren is het aantal WW-uitkeringen meer dan gehalveerd. En in de leeftijdsgroep 27–50 jaar bedraagt de afname 40%. Overigens is de daling van het aantal WW-uitkeringen groter dan de daling van de werkloosheid. Dit lijkt tegenstrijdig maar wordt mede veroorzaakt door een sterke daling van het aantal aanvullende WW-uitkeringsrechten als tijdelijke aanvulling bij banen met een lager inkomen.

Werkzoekenden

Sinds begin 2016 is het aantal NWW-ers in Twente met 39% afgenomen. Dit is een sterkere afname dan in Nederland (-36%). Zo'n 41.300 personen stonden begin 2016 als nww-ers geregistreerd. In oktober 2017 is dit aantal afgenomen tot 25.200. Dit is overigens deels het gevolg van een administratieve opschoning.

Vacatures

Het aantal nieuwe vacatures in Twente is in de periode begin 2016 tot en met september 2017 sterk gegroeid, van 4.200 naar 7.200. Dit is een toename van 72%.

Participatiegraad beroepsbevolking

De participatiegraad is het deel van de bevolking van 15-75 jaar dat deelneemt aan het arbeidsproces of werkloos is. In 2016 ligt de bruto-participatiegraad van Twente (69,4%) net iets onder het Nederlandse niveau (70,0%).

Opleidingsniveau

De Twentse bevolking is steeds hoger opgeleid en groeit naar het Nederlandse niveau. Inmiddels heeft 25,6% van de 15-74-jarige Twentenaren een afgeronde hbo- of wo opleiding. Landelijk is dit percentage 29,3%. Hierdoor komt de verhouding Twente - Nederland uit op 87:100, terwijl deze verhouding in 2007 nog op 83:100 stond.

Techniekonderwijs

Jongeren kiezen vaker voor technische profielen op het middelbaar onderwijs en voor Twentse techniekopleidingen. Ook zien we in Twente meer doorstroming van leerlingen naar technische studies. Twente telt een groter aandeel techniekprofielleerlingen en –studenten dan elders in Nederland.

Topsectoren

High tech systems & materials (HTSM) is één van de sterke troeven van Twente. In onze regio werken in 2016 veel mensen in deze sector (Twente 9,9% en Nederland 6,5%). Het aantal banen ontwikkelt zich beduidend positiever in Twente dan landelijk. Sinds 2007 is de Twentse HTSM werkgelegenheid met 5,4% toegenomen. In deze periode is de Nederlandse HTSM werkgelegenheid met 0,2% toegenomen.

Ondernemersactiviteit en -vertrouwen

Het ondernemersvertrouwen schommelt sterk per kwartaal, maar er is een duidelijk opwaartse trend te ontdekken. Twentse ondernemers zijn in de afgelopen jaren duidelijk optimistischer dan alle Nederlandse ondernemers. In het derde kwartaal van 2017 is het Twentse ondernemersvertrouwen sterk toegenomen; Twente 21% versus Nederland 10%. Een positief percentage betekent dat meer ondernemers positief over de economische ontwikkeling in de komende drie maanden denken dan negatief denken.

Snelgroeiende bedrijven

In de afgelopen jaren zijn steeds bedrijven uit Twente in de MKB Innovatie Top 100 en in de Deloitte Fast 50 te vinden. Ook beschikt de regio over een behoorlijk aantal zogenaamde 'gazelles', snel groeiende bedrijven. Het aantal bedrijven varieert echter sterk per jaar. In de meest recente lijsten staat één Twents bedrijf in de MKB Innovatie Top 100, vier staan er in de Deloitte Fast 50 en 36 op de FD Gazelle Award lijst van november 2017. Opvallend is het grote aantal bedrijven dat op het gebied van ICT actief is.

Demografie

Twente telt per 1 januari 2017 627.200 inwoners. In de periode 2007 – 2017 is de Twentse bevolking met 1,5% gegroeid. De totale Nederlandse bevolking groeide in deze periode met 4,4%. Door de jaren heen is in Twente en Nederland dezelfde trend te zien, van minder jongeren (ontgroening) en meer ouderen (vergrijzing).

Voorwoord Twente Index 2016

 

Dit is alweer de derde editie van de Twente Index waarvan de Twente Board opdrachtgever is.

De Twente Index laat zien dat het niet alleen goed gaat met de Nederlandse, maar ook met de Twentse economie. Op vele punten ontwikkelt onze economie zich sterker dan in andere regio’s. Zo is Twente de regio met de op vier na sterkste werkgelegenheidsontwikkeling, in 2012 stond Twente op nummer 26. Ook ontwikkelt de voor Twente belangrijke High Tech Systems & Materials (HTSM) zich voorspoedig. Sinds 2007 laat deze sector – ondanks de crisis - een groei in werkgelegenheid zien van 4%, terwijl in Nederland als geheel er sprake is van een afname van 3%. Voor een beknopt overzicht van de recente ontwikkeling van de Twentse economie verwijs ik graag naar de samenvatting van de Twente Index 2016.

De Twente Index bevat de meest actuele cijfers over de Twentse economie. De site wordt doorlopend geactualiseerd. De Index biedt niet alleen de mogelijkheid om de Twentse en de nationale ontwikkelingen met elkaar te vergelijken, waar mogelijk zijn ook lokale cijfers opgenomen. Zo kunnen afzonderlijke gemeenten met elkaar vergeleken worden. Nieuw is ook dat zelf de vergelijkingsperiode gekozen kan worden. De Twente Index is hèt monitoringinstrument voor de sociaal economische ontwikkeling van Twente. Het is dan ook de logische vindplaats voor cijfers uit relevante programma’s als Twente Werkt!, Techniekpact Twente en voor het monitoren van een eventuele nieuwe regionale investeringsagenda. De Twente Index is daarmee wezenlijke basis voor de beleidsagenda van Twente!

Ik spreek de wens uit dat ook dit jaar velen de weg naar www.twenteindex.nl zullen vinden!

Lid van de Twente Board en voorzitter College van Bestuur Saxion,

handtekening Wim Boomkamp              Wim Boomkamp

 

Wim Boomkamp

Voorwoord Twente Index 2017

 

Dit is alweer de vier editie van de Twente Index waarvan de Twente Board opdrachtgever is.

De Twente Index laat zien dat het niet alleen goed gaat met de Nederlandse, maar ook met de Twentse economie. Op vele punten ontwikkelt onze economie zich sterker dan in andere regio’s. Zo ontwikkelt de voor Twente belangrijke High Tech Systems & Materials (HTSM) zich voorspoedig. Sinds 2007 laat deze sector – ondanks de crisis - een groei in werkgelegenheid zien van 4%, terwijl in Nederland als geheel er sprake is van een afname van 3%. Voor een beknopt overzicht van de recente ontwikkeling van de Twentse economie verwijs ik graag naar de samenvatting van de Twente Index 2017.

De Twente Index bevat de meest actuele cijfers over de Twentse economie. De site wordt doorlopend geactualiseerd. De Index biedt niet alleen de mogelijkheid om de Twentse en de nationale ontwikkelingen met elkaar te vergelijken, waar mogelijk zijn ook lokale cijfers opgenomen. Zo kunnen afzonderlijke gemeenten met elkaar vergeleken worden. Nieuw is ook dat zelf de vergelijkingsperiode gekozen kan worden. De Twente Index is hèt monitoringinstrument voor de sociaal economische ontwikkeling van Twente. Het is dan ook de logische vindplaats voor cijfers uit relevante programma’s als Twente Werkt!, Techniekpact Twente en voor het monitoren van een eventuele nieuwe regionale investeringsagenda. De Twente Index is daarmee wezenlijke basis voor de beleidsagenda van Twente!

Colofon:

Twente Index 2016, Sociaaleconomische informatie ter versterking van de beleidsagenda van Twente

 

Opdrachtgever Twente Board
   
Tekst en analyse
Twente Index

Edwin van de Wiel (Kennispunt Twente)
Hüseyin Seker (Kennispunt Twente)
Inge Bakker (Kennispunt Twente)
Peter Scheltinga (Kennispunt Twente)
Bonnie Nijhof (Kennispunt Twente)

Artikelen

Edwin van de Wiel (Kennispunt Twente)
Anke Engelhardt (Saxion)
Paul Benneworth (Universiteit Twente)
Willem-Jan Velderman (Universiteit Twente)

 
Uitgave Kennispunt Twente, december 2016
   
Vormgeving Digidee, Enschede
   
Website-ontwikkeling    
Sitestorm, Deventer

 

Kennispunt Twente heeft getracht gebruikte bronnen zorgvuldig te vermelden en auteursrechten te respecteren. Mocht hierin iets niet zorgvuldig zijn uitgevoerd, dan willen de opstellers van de Twente Index graag dat u dat laat weten, zodat alsnog juiste bronvermelding kan worden opgenomen. Dit melden kan via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Samenvatting Twente Index 2016

 

 

INLEIDING

De Twente Index wordt door Kennispunt Twente samengesteld in opdracht van de Twente Board. De Board wil Twente ontwikkelen tot een Europees toonaangevende technologische topregio, waarbij vanuit de maatschappelijke opgaven toekomstbestendig economisch rendement wordt behaald . Deze hoofddoelstelling is vertaald in vijf doelen voor het jaar 2020.

  • Het Bruto Regionaal Product (BRP per inwoner) van Twente is groter of gelijk aan het Bruto Binnenlands Product (BBP per inwoner) van Nederland
  • Het aandeel 15-75-jarigen dat hoger is opgeleid, is groter of gelijk aan dat in heel Nederland
  • Het aandeel van de bevolking tussen de 15 en 75 jaar in Twente dat werkt, is groter of gelijk aan dit aandeel in Nederland
  • Het aandeel BRP geïnvesteerd in regionaal Research & Development is groter of gelijk aan dit aandeel binnen het BBP
  • In 2020 zijn 5.000 extra arbeidsplaatsen gecreëerd.

Hieronder wordt allereerst beschreven hoe Twente zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld op deze hoofddoelstellingen. Vervolgens is er aandacht voor recente conjuncturele ontwikkelingen. Hierbij wordt steeds de vergelijking met Nederland als geheel gemaakt. Tenslotte is er aandacht voor de specials. Dit zijn jaarlijks wisselende verdiepingsstudies. Dit jaar zijn de onderwerpen 'Sociaal ondernemerschap in Twente' en 'Een blik over de grens: Profielschets Regierungsbezirk Münster'.

DOELEN TWENTE BOARD/ LANGE TERMIJN ONTWIKKELINGEN

Kort samengevat ontwikkelen zich de indicatoren van de hoofddoelstelling als volgt:

  • Het Bruto Regionaal Product (BRP) is in Twente tussen 2007 en 2015 sterk gestegen, maar het verschil met Nederland is in de afgelopen jaren groter geworden.
  • Het opleidingsniveau en het aandeel hoger opleiden in Twente is groter geworden. Twente loopt in op Nederland.
  • De arbeidsmarktparticipatie in Twente is in de afgelopen jaren geleidelijk naar het Nederland gemiddelde toegegroeid. De participatiegraad ligt op het Nederlands gemiddelde. Deze doestelling is nu reeds gehaald.
  • Het aantal banen neemt toe. De ontwikkeling ligt boven het jaarlijks doelstellingsgemiddelde (850 per jaar). Tussen 2016 - 2020 dienen per jaar gemiddeld 600 extra banen gecreëerd te worden om de doelstelling te halen.

Een uitgebreide beschouwing over de doelstellingen is de vinden onder het thema 'Realisatie doelen Twente Board'.

RECENTE CONJUNCTURELE ONTWIKKELINGEN

Demografie

Twente telt per 1 januari 2016 626.525 inwoners. In de periode 2007 – 2015 is de Twentse bevolking met 2,6% gegroeid. De totale Nederlandse bevolking groeide in deze periode met 3,3%. Door de jaren heen is in Twente en Nederland dezelfde trend te zien, minder jongeren (ontgroening) en meer ouderen (vergrijzing). De gemiddelde leeftijd van de Twentse bevolking stijgt. In 2007 was de gemiddelde leeftijd 37 jaar en bijna vijf maanden. In 2016 is de gemiddelde leeftijd 41 jaar. Het Nederlands gemiddelde wordt ook hoger, maar dit gaat minder snel. De gemiddelde leeftijd is in Nederland gemiddeld 40 jaar en 11 ½ maand.
Er zijn ook in 2015 weer meer kinderen geboren (6.100) dan er mensen zijn overleden (5.800). Het verschil bedroeg 300. Er verhuisden meer mensen naar Twente dan uit Twente: het migratiesaldo was 904. De buitenlandse migratie kende een saldo van + 1776 en de binnenlandse migratie –872.

Participatiegraad beroepsbevolking

De participatiegraad is het deel van de bevolking van 15-75 jaar dat deelneemt aan het arbeidsproces. In 2015 ligt de participatiegraad van Twente (70.1 %) nog net iets onder het Nederlandse niveau (70,2%). Al jaren neemt de participatiegraad in Twente sterker toe dan in Nederland. De stijging in Twente komt vooral door een toename van het aantal vrouwen dat actief is op de arbeidsmarkt.

Opleidingsniveau

De Twentse bevolking is steeds hoger opgeleid en groeit naar het Nederlandse niveau. Inmiddels heeft 24,6% van de 15-74-jarige Twentenaren een afgeronde hbo- of wo opleiding. Landelijk is dit percentage 28,4%. Hierdoor komt de verhouding Twente - Nederland uit op 87:100, terwijl deze verhouding in 2007 nog op 83:100 lag. Het bereiken van het doel dat Twente in 2020 een vergelijkbaar percentage hoogopgeleiden heeft als landelijk, komt steeds meer binnen bereik.

Twentse werkloosheid

In 2015 was het gemiddelde werkloosheidspercentage in Twente 7,2%. In lijn met de landelijke ontwikkeling daalt de Twentse werkloosheid in het derde kwartaal 2016 naar gemiddeld 6,1%. Twente telt daarmee zo’n 19.500 personen in de werkloze beroepsbevolking. Een afname van 3.400 personen ten opzichte van medio vorig jaar.

Werkzoekenden

Een indicator voor het arbeidsaanbod is het aantal geregistreerde niet-werkende-werkzoekenden (NWW) bij het UWV. In 2016 is het aantal NWW-ers in Twente met 12% afgenomen. Dat is een sterkere afname dan in Nederland als geheel (-11%). Zo’n 41.300 personen stonden eind 2015 als niet werkend werkzoekende geregistreerd. In oktober 2016 is dit aantal afgenomen tot ruim 36.250.

Ontwikkeling aantal werkzame personen

Het aantal banen in Twente in 2015 bedraagt ruim 288.670. Dat is 2.700 (0,9%) meer dan in 2007. Landelijk was de ontwikkeling minder sterk (0,5%). Een aantal sectoren doet het momenteel in Twente beter dan Nederland: de bouwnijverheid en de collectieve dienstverlening. Een daling van de werkgelegenheid laten de sectoren zakelijke dienstverlening en consumentendiensten zien. Deze daling is ook sterker dan in Nederland als geheel.

Topsectoren

High tech systems & materials (HTSM )is één van de sterke troeven van Twente. In onze regio werken in 2015 relatief veel mensen in deze sector (Twente 9,8% en Nederland 6,4%) en het aantal banen ontwikkelt zich ook positiever dan landelijk. Sinds 2007 is de Twentse werkgelegenheid met 4% toegenomen. In Nederland is de werkgelegenheid met 3% afgenomen.

Vacatures

Het aantal vacatures in Twente is in de periode eind 2014 tot en met medio 2016 sterk gegroeid, van 2.150 naar 4.100. Dit is een toename van 90%. Deze toename heeft, mits ingevuld, een positief effect op de werkgelegenheid.

Ondernemersactiviteit en vertrouwen

Het ondernemersvertrouwen schommelt sterk per kwartaal, maar er is een duidelijke trend te ontdekken. Twentse ondernemers zijn in de afgelopen jaren positiever geweest dan alle Nederlandse ondernemers. In het derde kwartaal van 2016 is het ondernemersvertrouwen net omgekeerd, voor Twente 8,3% en voor Nederland 9,0%. Een positief percentage betekent dat meer ondernemers positief over de economische ontwikkeling in de komende drie maanden zijn dan negatief.

Startende en stoppende ondernemers

In 2015 zijn er in Twente 5.386 ondernemingen gestart, 8% meer dan in 2014 (NL + 11%). De eerste 10 maanden van 2016 bedraagt het aantal starters 4.786. Naar verwachting zullen in 2016 meer Twentse ondernemers starten dan in 2015.
Vorige jaar zijn in totaal 190 Twentse bedrijven failliet verklaard. Dit is twee derde van het aantal dat in 2014 failliet ging. In Nederland als geheel nam het aantal met 26% af. Twente kende in 2015 dus relatief minder faillissementen. Tussen januari en oktober 2016 kende Twente 216 faillissementen. Het aantal ligt daarmee nu al hoger dan vorig jaar.

Start-ups

Het aantal start-ups van de Universiteit Twente en Saxion is in de afgelopen 10 jaar sterk gegroeid van 551 vóór 2004 naar 2.263 start-ups in 2015. Daarbij zijn in de periode 2004-2015 de start-ups van de hbo instelling sterker gegroeid dan van de universiteit. Meer dan de helft van alle UT- en Saxion start-ups is in 2015 in de regio Twente gevestigd, waarbij het percentage Saxion start-ups met 56,9% iets boven de universitaire start-ups (53,9%) ligt. Meer dan de helft van alle Twentse start-ups is in 2015 in de bedrijfssectoren ICT en advies & onderzoek actief, hierbij is er nauwelijks verschil tussen Saxion en UT start-ups. Er zijn duidelijk meer universitaire start-ups in de bedrijfstakken industrie en financiële instellingen te vinden dan hbo start-ups.

Snelgroeiende bedrijven

In de afgelopen jaren zijn steeds bedrijven uit Twente in de MKB Innovatie Top 100 en in de Deloitte Fast 50 te vinden. Ook beschikt de regio over een behoorlijk aantal zogenaamde 'gazelles', snel groeiende bedrijven. Het aantal bedrijven varieert echter sterk per jaar. In de meest recente lijsten staan drie Twentse bedrijven in de MKB Innovatie Top 100, twee in de Deloitte Fast 50 en 25 op de FD Gazelle Award lijst van november 2016. Deze lijst telt voor Oost Nederland 169 snel groeiende bedrijven. Opvallend is het grote aantal bedrijven dat op het gebied van ICT actief is. Verder zijn de sectoren zorg en technische handel belangrijk voor de regio.

Bruto Regionaal Product

Het Bruto Regionaal Product is de totale waarde van alle goederen en diensten die in een jaar in een regio geproduceerd worden.In Twente bedroeg het Bruto Regionaal Product per inwoner 31.223 euro. Dit betekent een flinke stijging ten opzichte van 2010 (29.911 euro). Het verschil met Nederland is tussen 2000 en 2015 echter groter geworden. In 2015 lag het BRP per inwoner op 78,1% van het landelijk gemiddelde, in 2010 was dit 78,6%.

VERDIEPENDE SPECIALS TWENTE INDEX 2016

HTSM in Twente

In deze rapportage schetst Edwin van de Wiel van Kennispunt Twente een beeld van de HTSM sector sinds 2007. Daarbij wordt ingegaan op de ontwikkeling van het aantal vestigingen en werkzame personen. Deze ontwikkeling wordt zowel voor de sector als geheel als naar subsector besproken. Ook wordt een vergelijking gemaakt met de gehele Nederlandse HTSM sector.

Een blik over de Grens: Profielschets Regierungsbezirk Münster

Deze Twente Index special van Ann-Kristin Engelhardt (Saxion/Regionalverband FrankfurtRheinMain) geeft een beknopte schets van de economie en arbeidsmarkt van het Regierungsbezirk Münster. Regierungsbezirk Münster is de Duitse regio aan de andere zijde van de grens met Twente. Het is zeker in vergelijking tot Twente een uitgestrekte regio. In het zuiden loopt deze tot in het Ruhrgebiet. Aan de noordzijde wordt de regio begrensd door Niedersachsen.

Sociale ondernemerschap in Twente

Paul Benneworth en Willem-Jan Velderman geven inzicht in het sociaal ondernemerschap in Twente. In een tijdperk van krimp moet je alles uit je burgers halen om de leefbaarheid van kwetsbare regio’s op peil te houden. Er is toenemende belangstelling onder beleidsmakers voor wat steeds vaker wordt genoemd als sociale ondernemerschap. Met sociale ondernemerschap verkennen burgers zelf mogelijke problemen van leegstand en leegloop in de periferie en komen zelf voor met goede oplossingen hiervoor.

Colofon:

Twente Index 2015, Sociaaleconomische informatie ter versterking van de beleidsagenda van Twente

 

Opdrachtgever Stichting Twente Index/Twente Board
   
Tekst en analyse

Peter Scheltinga (Kennispunt Twente)
Inge Bakker (Kennispunt Twente)
Hüseyin Seker (Kennispunt Twente)
Janny Elhorst (Kennispunt Twente)
Anke Engelhardt (Saxion)
Gert-Jan Hospers (Universiteit Twente / Radboud Universiteit Nijmegen)     
Ruud Esselink (I&O Research)

 
Uitgave Kennispunt Twente, december 2015.
   
Vormgeving Digidee, Enschede
   
Website-ontwikkeling    
Sitestorm, Deventer

 

Kennispunt Twente heeft getracht gebruikte bronnen zorgvuldig te vermelden en auteursrechten te respecteren. Mocht hierin iets niet zorgvuldig zijn uitgevoerd, dan willen de opstellers van de Twente Index graag dat u dat laat weten, zodat alsnog juiste bronvermelding kan worden opgenomen. Dit melden kan via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Sinds 2014 is de Twente Board opdrachtgever van de Twente Index. Doelstelling van de Twente Board is om Twente te ontwikkelen tot een Europees toonaangevende technologische topregio. Om dit te bereiken zijn voor de periode tot 2020 vijf doelstellingen geformuleerd. Deze doelstellingen hebben terecht een prominente plaats gekregen binnen de Twente Index.

Eén van de sterke punten van Twente is de HTSM. In deze sector zijn relatief veel mensen werkzaam (Twente 10,0% en Nederland 6,6%) en het aantal banen ontwikkelt zich ook positiever dan landelijk. Toch blijft er een grote opgave voor Twente, zo blijkt uit deze Twente Index. Deze elfde editie van de Twente Index is net als de vorige versie volledig digitaal. Op deze manier kan de Twente Index door iedereen altijd en overal geraadpleegd worden. Daarnaast wordt de informatie ook door het jaar heen zoveel mogelijk geüpdatet zodra er nieuwe cijfers beschikbaar komen.

Dit jaar is de vormgeving van de website Twente Index.nl verbeterd. De thema’s zijn op inhoudelijke gronden logischer ten opzichte van elkaar gerangschikt. De samenhang tussen de vele thema’s is hierdoor eenvoudiger te herkennen.

Een andere belangrijke verbetering is dat er bij meer thema’s gegevens op gemeenteniveau te raadplegen zijn. De eindgebruikers en de Denktank hebben een belangrijke rol bij het ontwikkelen van de Twente Index.

Ik spreek de wens uit dat ook dit jaar velen de weg naar www.twenteindex.nl zullen vinden en dat de Twente Index wederom kan bijdragen aan de beleidsagenda voor Twente!

Voorzitter College van Bestuur Saxion, lid van de Twente Board,

 

           handtekening Wim Boomkamp              Wim Boomkamp                               

 

 Wim Boomkamp                                                                                 

                      

                                                                                                                                                                                     

Samenvatting Twente Index 2015

 

INLEIDING

De Twente Board wil Twente ontwikkelen tot een Europees toonaangevende technologische topregio, waarbij vanuit de maatschappelijke opgaven toekomstbestendig economisch rendement behaald wordt. Deze hoofddoelstelling is vertaald in vijf doelen voor het jaar 2020.

- Het Bruto Regionaal Product (BRP per inwoner) van Twente is groter of gelijk aan het Bruto Binnenlands Product (BBP per inwoner) van Nederland
- Het aandeel 15-75-jarigen dat hoger is opgeleid, is groter of gelijk aan dat in heel Nederland
- Het aandeel van de bevolking tussen de 15 en 75 jaar in Twente dat werkt, is groter of gelijk aan dit aandeel in Nederland
- Het aandeel BRP geïnvesteerd in regionaal Research & Development is groter of gelijk aan dit aandeel binnen het BBP
- In 2020 zijn 5.000 extra arbeidsplaatsen gecreëerd.

Hieronder wordt allereerst beschreven hoe Twente zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld op deze hoofddoelstellingen. Vervolgens is er aandacht voor recente conjuncturele ontwikkelingen. Hierbij wordt steeds de vergelijking met Nederland als geheel gemaakt. Tenslotte is er aandacht voor de specials. Dit zijn jaarlijks wisselende verdiepingsstudies. Dit jaar zijn de onderwerpen 'Migratie en pendel', 'Waar winkelt Twente?' en 'Vier typeringen van Twente'.

DOELEN TWENTE BOARD/ LANGE TERMIJN ONTWIKKELINGEN

Bruto regionaal product
Het Bruto Regionaal Product is de totale waarde van alle goederen en diensten die in een jaar in een regio geproduceerd worden. In Twente bedroeg in 2014 het Bruto Regionaal Product per inwoner 30.801 euro. Dit betekent een flinke stijging ten opzichte van 2004 (24.425 euro). Het verschil met Nederland is tussen 2004 en 2014 echter groter geworden, zo blijkt uit de herrekende cijfers van het CBS. In 2014 lag het BRP per inwoner op 78% van het landelijk gemiddelde, in 2004 was dit nog 81%. Het op termijn wegwerken van het verschil met Nederland op dit punt is dus nog een grote uitdaging. Positief is dat de groeiprognose voor Twente voor 2015 een stijging van het BRP laat zien (+2,1%) die vergelijkbaar is met de landelijke stijging (+2,0%).

Opleiding
De Twentse bevolking is steeds hoger opgeleid en groeit naar het Nederlandse niveau. Inmiddels heeft een kwart van de 15-74-jarige Twentenaren een afgeronde hbo- of wo opleiding. Landelijk is dit percentage 28%. Hierdoor komt de verhouding Twente - Nederland uit op 88%, terwijl deze verhouding in 2004 nog op 83% lag. Het bereiken van het doel dat Twente in 2020 een vergelijkbaar percentage hoogopgeleiden heeft als landelijk, ligt dus redelijk op koers.
In 2014 is het aandeel Twentse studenten dat een techniekopleiding volgt 32,6%. Hiermee is het streven voor 2016 al gehaald. De ambitie is dat het aandeel naar 40,0% in 2020 stijgt.

Participatiegraad beroepsbevolking
De participatiegraad is het deel van de bevolking van 15-75 jaar dat deelneemt aan het arbeidsproces. In 2014 ligt de participatiegraad van Twente (69,4%) nog net iets onder het Nederlandse niveau (70,1%), maar het verschil is niet meer groot. De stijging van de participatiegraad in Twente komt vooral door een toename van het aantal vrouwen dat actief is op de arbeidsmarkt. De verwachting is dat de arbeidsparticipatie in Twente in 2017 gelijk is aan het Nederlandse cijfer. Het halen van deze doelstelling ligt dus binnen handbereik.

Doelstelling Twente werkt!: 5.000 extra arbeidsplaatsen
Het aantal banen lag in 2014 in Twente 2,6% lager dan in 2011. Landelijk was de daling nog sterker (-2,9%). In een aantal sectoren doet Twente het beter dan Nederland, zoals in de sector zakelijke dienstverlening, consumentendiensten en distributie. In de sectoren die in Twente relatief sterker zijn vertegenwoordigd- bouw en industrie- is er juist een flink verlies van werkgelegenheid sinds het begin van de economische crisis in 2009. Ten opzichte van 2013 is de werkgelegenheid in 2014 in Twente in vijf van de zeven sectoren gedaald. Het totale verlies bedroeg 1.748 werkzame personen.

Vanwege het grote belang van voldoende werkgelegenheid in de regio heeft de Twente Board in Twente Werkt! een aanvullend doel gesteld van 5.000 extra arbeidsplaatsen in 2020 ten opzichte van 2014. De prognose is echter dat de werkgelegenheidsafname de komende jaren aanhoudt. In 2016 daalt de werkgelegenheid in Twente en Nederland naar verwachting respectievelijk met - 2,0% en -1,7% ten opzichte van 2011.

In de zakelijke dienstverlening zijn er de afgelopen jaren veel nieuwe bedrijven bij gekomen en er wordt ook voor 2015 en 2016 een groei van de werkgelegenheid in deze sector verwacht.

Prioritaire sectoren
De nationale overheid voert beleid om kansrijke sectoren verder te versterken. Het gaat om negen topsectoren waarin Nederland uitblinkt, die kennisintensief en export georiënteerd zijn en een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Bijna een kwart van het Nederlands inkomen wordt in deze sectoren verdiend. In Twente ligt daarbinnen de focus op HTSM en logistiek en daarnaast op de sector toerisme en recreatie. De sector bouw is in Twente zo groot dat deze ook bijzondere aandacht krijgt.

HTSM is één van de sterke punten van Twente. In onze regio werken in 2014 relatief meer mensen in deze sector dan in Nederland (Twente 10,0% en Nederland 6,6%) en het aantal banen ontwikkelt zich in deze sector ook positiever dan landelijk. Hetzelfde geldt voor de topsector Chemie.

De sector logistiek in Twente laat hetzelfde beeld zien als landelijk. Wel is er in Twente in 2014 een toename van de werkgelegenheid in deze sector (+1,4%), terwijl deze in Nederland stabiel blijft (-0,1) ten opzichte van het jaar er voor.

De verschillen in het aantal werkende personen zijn tussen Nederland en Twente het grootst in de sectoren Water, Creatieve Industrie en Life Sciences. Twente heeft in die sectoren relatief veel minder werkgelegenheid dan Nederland. Opvallend is dat de sector Life Sciences in Twente in de periode 2004-2014 een veel sterkere groei (+77,1%) vertoont dan in Nederland (+13,4%).

In Twente werken naar verhouding nog steeds veel mensen in de bouw. Dit ondanks de sterke teruggang sinds 2008.

In de periode 2004-2014 is er sprake van een dalende trend in de sector energie in Twente (-15,8%), terwijl deze sector in heel Nederland stabiel blijft (-1,4%). In de sectoren agrofood en tuinbouw laten Twente en Nederland over een termijn van zes jaar (2009-2014) een daling zien in het aantal banen.

In de sector toerisme en recreatie zijn er in Twente en Nederland sinds 2009 meer mensen aan het werk dan daarvoor. De regio vertoont in de periode 2004-2014 een groei van 8,9%, terwijl landelijk de sector met 12,2% is gegroeid.

Snelgroeiende bedrijven
In de afgelopen jaren zijn steeds bedrijven uit Twente in de MKB Innovatie Top 100 en in de Deloitte Fast 50 te vinden. Ook beschikt de regio over een behoorlijk aantal zgn. 'gazelle'-bedrijven. Opvallend hierbij is het grote aantal bedrijven dat op het gebied van ICT actief is. In dit cluster beschikt Twente over snel groeiende bedrijven. Verder zijn de sectoren zorg en technische handel belangrijk voor de regio. Ecare Services in Enschede staat al een aantal jaren bekend als snel groeiend techbedrijf en combineert de sector ICT met de zorgsector. Zorgen voor meer synergie biedt hierbij kansen voor de toekomst.

Het aantal spin offs van de Universiteit Twente en Saxion is in de afgelopen 10 jaar sterk gegroeid. In Twente zijn tot en met 2013 bijna 10.000 personen werkzaam in spin offs van de UT en Saxion, waarbij vooral hbo spin offs met 6.846 arbeidsplaatsen voor deze ontwikkeling verantwoordelijk zijn. Meer dan de helft van alle spin-offs van de UT en Saxion is in 2013 in de bedrijfssectoren ICT en advies & onderzoek actief en meer dan de helft van deze spin-offs is in de regio Twente gevestigd.

RECENTE CONJUNCTURELE ONTWIKKELINGEN

Ondernemersactiviteit en vertrouwen
Het ondernemersvertrouwen schommelt sterk per kwartaal, maar is voor Twente en Nederland de laatste jaren doorgaans positief. In het vierde kwartaal van 2015 is het ondernemersvertrouwen voor Twente 29,1% en voor Nederland 45,7%.

Er zijn in 2015 meer ondernemers die een stijging van de omzet verwachten dan een daling. Ten opzichte van 2014 is er bovendien sprake van een verbetering. De cijfers voor Twente zijn op dit punt positiever dan voor Nederland als geheel. De export in Twente ontwikkelt zich positiever dan landelijk het geval is. Dit cijfer is in Twente voor alle kwartalen van 2015 hoger dan in Nederland.

Ongeveer evenveel Twentse ondernemers verwachten een toename van het aantal personeelsleden als een afname. Een sterke toename van de werkgelegenheid verwachten zij dus niet. Twentse ondernemers verwachten in 2015 minder te investeren dan een jaar eerder. Landelijk zijn er wel meer ondernemers die een toename van hun investeringen rapporteren dan een afname. Omzet en export ontwikkelen zich dus positief, maar dit vertaalt zich nog maar beperkt in investeringen en werkgelegenheid.

Vacatures
Het aantal vacatures in Twente is in de periode januari 2014 t/m september 2015 gegroeid. Deze toename heeft, mits ingevuld, een positief effect op de werkgelegenheid. Eind september 2015 zijn er in Twente 2.291 openstaande en 3.558 nieuwe geregistreerde vacatures.

Het aandeel vacatures in de technische en industrie-beroepen is in Twente in 2014 met 54% hoger dan het Nederlands gemiddelde dat op 39% ligt. Vergeleken met september 2014 is er sprake van een groei van 44% in het aantal vacatures voor hogere beroepen, 51% voor middelbare en 74% voor elementaire en lagere beroepen.

Vestigende & startende ondernemers
In 2014 zijn er in Twente 4.986 ondernemingen gestart. Het aantal startende ondernemingen is hier in de periode 2008-2014 met bijna 30% gegroeid. Het laatste jaar is echter sprake van een daling (-1,9%). Landelijk is de daling van het aantal startende ondernemingen nog sterker (-5,5%) .

Tussen januari en september 2015 kende Twente 130 faillissementen; Het jaar ervoor waren dit er nog 228. Er gingen in 2014 dus 43% minder bedrijven failliet dan een jaar eerder. In Nederland was de daling van het aantal faillissementen (-23%) minder gunstig.

Demografie
De omvang van de beroepsbevolking in Twente is tussen 2004 en 2014 met 6,3% en in Nederland met 7,9% gestegen. Door de jaren heen is in Twente en Nederland dezelfde trend te zien; terwijl de beroepsbevolking in de leeftijdscategorie 25-45 jaar continu afneemt, stijgt de beroepsbevolking in de leeftijdscategorie 45-75 jaar sterk.

Er zijn ook in 2014 weer meer kinderen geboren dan er mensen zijn overleden. Dit verschil bedroeg + 685. Er verhuisden wel meer mensen uit Twente dan naar Twente: het migratiesaldo was -1.015. De totale bevolkingsgroei kwam hierdoor in 2014 uit op -330. Dit is flink lager dan in 2010, toen de bevolkingsgroei nog +1.954 was.

Als we kijken naar de leeftijdsopbouw, zien we dat Twente vergeleken met heel Nederland meer ouderen telt, maar ook meer jongeren. De grijze druk -de verhouding tussen het aantal personen van 65 jaar of ouder en de 20 tot 65 jarigen- ligt in Twente op 32% en landelijk op 30%. De groene druk is de verhouding tussen het aantal 0 tot 20 jarigen en het aantal 20 tot 65 jarigen. Deze ligt in Twente op 41% en landelijk op 38%.

VERDIEPENDE SPECIALS TWENTE INDEX 2015

Migratie en pendel / Waar winkelt Twente? / Vier typeringen van Twente
Mede op basis van de gegevens over migratie en pendel komt Prof dr. Gert-Jan Hospers tot vier rake typeringen van onze regio. Twente is bijvoorbeeld een grensregio, waarbij mensen de grens steeds meer strategisch lijken te gebruiken. De grens met Duitsland is voor Twente een 'asset'. Waar je vanuit de Randstad in drie kwartier ook heen rijdt, je komt Nederland niet uit. Maar in Twente heb je binnen dezelfde reistijd het voordeel van de keuze: of meer van hetzelfde in westelijke richting, of een vakantiegevoel richting oosten. Consumenten profiteren hier van het aanbod van twee landen, wat zorgt voor een vergroting van de keuzevrijheid en de kwaliteit van leven. Met de ligging is veel te bereiken, ook op het gebied van de pendel (banen in Duitsland) in de promotie ('twee landen, één regio').

Ook is Twente volgens Hospers een regio in balans: er wonen ongeveer net zo veel mensen in de drie grootste steden als op het platteland. Die combinatie van stad en land is prettig voor de inwoners (the best of two worlds), maar leidt op bestuurlijk niveau regelmatig tot discussie. Het is echter die combinatie tussen stad en land die Twente onderscheidt van de regio's om ons heen. Hospers ziet een opdracht in het sterker promoten van die balans.
De balans tussen stad en platteland is ook terug te zien in het koopgedrag in Twente. I&O Research heeft hiernaar een verdiepende studie gedaan. Op lokaal en regionaal niveau is het gedrag rond dagelijkse en niet dagelijkse aankopen in beeld gebracht. Bewoners van de plattelandsgemeenten komen graag winkelen in de stad. Naast een attractie-effect (succes trekt succes aan), is er ook een waterbed-effect waarneembaar: groei van de één gaat ten koste van de ander. Het koopgedrag in Twente illustreert de onderlinge verbondenheid van en binnen de regio.

I&O Research concludeert dat de winkelwagen nog goed gevuld is. Het 'Twentse Warenhuis' heeft inwoners én bezoekers veel te bieden. Dynamiek van o.a. internet zorgt wel voor veranderingen. Het grootste deel van de detailhandelsbestedingen blijft in de regio. Twentenaren zijn (ook) op dit vlak sterk gericht op de regio. Maar hoewel de winkelwagen goed is gevuld, is deze minder vol dan vijf jaar geleden en zal het energie en inspanning vergen om de winkelwagen zo goed gevuld te houden.